Web Design
Verboden Valleien

terug naar Reizen

Verboden Valleien

Vanaf 1962 heeft India enige tijd op gespannen voet gestaan met China. In die tijd waren de valleien van Himachal Pradesh, die aan de voet van het Himalaya gebergte liggen, verboden gebied. Gelukkig is dat sinds enige tijd minder en men laat nu toeristen toe in de valleien.
Om toegang te krijgen tot de valleien moet je wel eerst een Permit gaan halen. Dat kan in de hoofdplaats van de provincie Himachal Pradesh, Reckong Peo. Het is namelijk nog steeds een restricted area.

Wij maken deze reis met vier andere reisgenoten, Kikki en Ria -waarmee wij al eens eerder een reis hebben gemaakt- en Erica en Jaap. Benti Banach is onze reisbegeleider. Hij kent de streek heel goed, want hij heeft een aantal jaren Engelse les gegeven aan de Munsel-Ling school in Rangrik, in de Spiti vallei. Hij heeft over zijn verblijf daar ook een boek geschreven: “IN DE SCHADUW VAN DE BOEDDHA”.

6 en 7 oktober, Kalpa
Ons uiteindelijk doel is de Spiti Vallei. Voordat wij daar komen, bezoeken wij Delhi (Qutub Minar, Ghandhi Smriti, AkshadhaM) Agra (Taj Mal, Agra Fort), Kalka ,Shimla (the Mall, Viceregal Lodge) en Sarahan (Bhimakali tempel).
Als wij aankomen bij ons hotel in Kalpa, bevalt ons de naam gelijk helemaal: the Grand Shangri-La. Het hotel is helemaal nieuw en het personeel is bijzonder vriendelijk. Benti vraagt of er soms nog even voor een lunch gezorgd kan worden. Dat kan, maar het lijkt op een diner, zo uitgebreid is de lunch.
Na de lunch gaan wij, Jaap, Ria en Benti een wandeling maken naar een plaatsje 5 km verderop. Benti probeert onze wandel-capaciteiten uit. Gelijk zien wij waar Kalpa bekend om is. In de wijde omtrek staan appel- en abrikozenbomen. Wij zijn te laat voor de oogst van de abrikozen, maar wij vallen midden in de prijzen voor wat betreft de appels. Overal is men bezig om de oogst in dozen te verpakken. “Kinnaur Apples” staat op de dozen en “an Apple a day keeps the docter away”. De weg maakt vele kronkels en wij komen langs geweldige pijnbomen. Ineens zien wij in een kloof een vuur branden. Dichterbij gekomen, kunnen wij zien, dat dit een crematie is. Wij praten even met één van de mannen, die daar langs de weg staan. Het is de oudste zoon van de overleden vader.  Het was de wens van zijn vader om hier na zijn dood gecremeerd te worden. Bij het dorpje van onze bestemming drinken we een kop thee en keren dan terug naar Kalpa. Gelukkig hebben de meesten een lampje meegomen, want het is al lang weer donker, als wij weer bij het hotel aankomen.
Ons diner is voortreffelijk. Tijdens het diner herinnert Benti zich, dat de eigenaar bij zijn vorige bezoek heeft verteld, dat hij een heel groot flatscreen scherm zou laten monteren tegen de achterwand. Wij zien wel twee gaten, maar geen scherm. Als Benti naar het scherm vraagt, dan zegt de eigenaar, dat je het beste beeld krijgt, als je in je kamer naar het uitzicht kijkt. Wij hebben het gecontroleerd en het klopt. Wij zien ook voor het eerst sneeuw op de bergen. En we zien de Kinnaur Kalash.
De volgende morgen rijden wij eerst met zijn allen naar Reckong Peo om onze permit te gaan halen. Dat is niet zo snel geregeld, want eerst valt de stroom uit tijdens het maken van de foto’s en dan blijkt de beambte, die zijn handtekening moet zetten, wegens een vergadering tot na de middag niet beschikbaar is. Dus hebben wij alle tijd om ergens iets te gaan drinken en om een Internet winkel op te zoeken.
In de middag lopen wij door Kalpa, waar wij aan alle kanten door de vriendelijke bewoners worden begroet. Jaap kreeg zelfs appels van een oudere meneer. Wij zien vandaag voor het eerst een paar Boeddhistische tempels. Wat ook opvalt, zijn de daken van de huizen. In plaats van dakpannen, liggen daar vrij dikke platen leisteen op het dak.
In de avond bedanken wij de eigenaar voor het hotel voor alles, wat hij voor ons heeft gedaan. Het is hier fabelachtig! Zeer de moeite waard. En wij beloven om in dit verslag een link naar de Internet pagina van zijn hotel te zetten.

8 oktober 2011, Nako
Na ons vertrek uit Kalpa  volgen wij de Hindustan-Tibet Road, langs de Sutlej rivier, die ontspringt bij de heilige Mount Kalash in Tibet. DeHindustan-Tibet Road is bekend om zijn adembenemende uitzichten, maar ook en vooral om de erbarmelijke staat, die deze weg vaak heeft. De bergen zijn daar vaak erg broos en er komen het hele jaar aardverschuivingen voor, waardoor de hele weg soms dagenlang geblokkeerd is. Om sommige plaatsen is de weg smaller dan de breedte van twee auto’s, dus moet onze chauffeur soms even achteruit rijden om een bus te laten passeren. Die hebben altijd voorraang.
Wij passeren het checkpoint, waar men de gegevens uit onze paspoorten en permits overschrijft in een dik boek. Niet lang daarna komen wij twee fietsende toeristen tegen. Dat lijkt ons een heel waagstuk, om op de fiets die weg te volgen! Ook zien wij regelmatig vrouwen, die de weg onderhouden. Met soms een kind op de rug. Zij kloppen vooral stenen tot gruis, die dan als onderlaag voor de weg worden gebruikt. De vrouwen werken soms ver van de bewoonde wereld en je vraagt je af, hoe en waar zij slapen.
Bij de samenloop van de Sutlej en de Spiti splitst de weg ook naar rechts, naar Tibet. Maar wij volgen vanaf nu de Spiti rivier.
Onze eerstvolgende stop op weg naar de Spiti vallei is in Nako en wij overnachten in een tent, die als ons hotel dient.
Nako is een leuke plaats en we maken een rondleiding door het dorp. Er staan rondom Nako veel bomen, die op berken lijken. Zij zijn op dit moment van het seizoen allemaal fel oranje gekleurd. Wij zien, dat aan het eind van de dag alle dieren naar het dorp worden geleid en ondergebracht worden in de huizen van de bewoners. We bezichtigen ook een aantal Boeddhistische tempels, waar wij uitleg krijgen van Benti.
Na ons diner bij het tentenkamp, gaan wij weer het dorp in. Daar wordt in een donkere ruimte de vijfde verjaardag van een jongetje gevierd. Nagenoeg het hele dorp is uitgenodigd. Het is de bedoeling, dat alle genodigden een geldbedrag geven. Volgens Benti wordt het gezin van het jongetje daar goed beter van. Soms kan pa zelfs een nieuwe auto kopen! In de keuken is het een drukte van belang. Alle bezoekers krijgen te eten en te drinken. Ook wij, maar wij hebben net gegeten. Maar wij mogen een glaasje sterke drank beslist niet afslaan! Van de vrouw die het inschenkt, krijgen wij aanschouwelijk onderwijs. Het glas moet in één keer achterover geslagen worden. Voordat wij onbeleefd moeten zijn, door het eten af te slaan, gaan wij weer terug naar onze tenten, waar wij allemaal een warme kruik meekrijgen voor de nacht.

9 oktober, Tabo
De volgende morgen rijden wij naar Tabo. Op weg daar naartoe, komen wij langs Sumdo, de plek, waar tot voor kort het checkpoint was. Wij moeten daar toch weer alle permits laten zien en terwijl wij wachten op de afloop, zien wij op een tegenoverliggende bergwand een stuk of vijf berggeiten langs de steile afgrond springen.
Ons hotel in Tabo is helemaal nieuw. Er is maar één jonge man, die het hele hotel moet runnen. Dat is niet moeilijk, want wij zijn vandaag de enige gasten. Het was het plan om direct daarna te gaan lunchen in een uitspanning, waar Benti al eerder succes heeft gehad. Maar wat wij ook bestellen, het is niet beschikbaar. Zelfs geen Lassi! Noodgedwongen zoeken wij een andere eetgelegenheid en dat blijkt een succes. Daar hebben ze alles wat op de kaart staat, alleen voor het gebruik van het toilet, moet de “gerand” een hotelkamer open doen . . . Na de lunch gaan wij naar het oude klooster van Tabo. Dit is één van de beroemdste boeddhistische kloosters van de Himalaya. Het stamt uit het jaar 996 en is één van de oudste onafgebroken bewoonde Tibetaanse kloosters. Dit deel van India hoorde immers vroeger bij Tibet. Binnen reis je niet alleen ruim duizend jaar terug in de tijd, nee, je betreedt een ruimte, waar de tijd buitengesloten is. De spirituele sfeer spat van de muren en beelden af en het nodigt je uit om plaats te nemen voor een meditatie. Het klooster wordt ook wel “het Arjanta van de Himalaya” genoemd. Ongelooflijk!
Wij besluiten te gaan dineren in hetzelfde restaurant, als waar wij de lunch hadden. Kikki is niet lekker en zij gaat maar terug naar het hotel. Na het diner lopen wij in het donker terug naar het hotel, maar wat wij ook proberen, alle deuren zijn op slot. Na het gooien van steentjes tegen het raam van de kamer van Kikki, gaat er een rolluik van de garage open en daar verschijnt één van onze chauffeurs. Die weet, waar de jongeman is, die het hotel runt. En zo komt toch nog alles goed.

10 oktober, Tabo - Sagnam
Vóór wij naar onze volgende bestemming vertrekken, maken wij de gebedsceremonie mee in het nieuwe klooster, dat vlak bij het oude ligt. Dit klooster is gebouwd voor het bezoek van de Dalai Lama in 1996.
Benti wijst ons nog op een school, die vlak bij het nieuwe klooster ligt. De zuidelijke wand is geheel voorzien van glas, met daar vlak achter de muur met ramen. De ruimte tussen deze twee wanden werkt als een accumulator van de zonnewarmte.
In de loop van de middag komen wij bij de plek, waar de Pin rivier in de Spiti uitmondt. Aan de overkant ligt Sagnam, waar wij in een Homestay zullen overnachten. De meeste gemakken van ons westerse huishouden zijn hier ver te zoeken, maar je krijgt er wel een gastvrije omgeving voor terug!
Een eindje verder langs de Pin rivier ligt het plaatsje Mudh, dat vaak door backpackers en hippies wordt bezocht. Wij komen een vrouw tegen, die vertelt, dat er verderop in het plaatsje een ceremonie voor een overleden vrouw wordt gehouden. Als iemand overleden is, worden er meerdere pooja’s gehouden. Het is nu 20 dagen geleden, dat de vrouw gecremeerd is en dit is de laatste pooja. In een gebedsruimte nemen wij plaats op een kleedje langs de muur en wij ondergaan het gebeuren met enige verbazing. Ook hier wordt eten en drinken uitgedeeld. Maar dit keer geen sterke drank, maar chai. Met enige regelmaat nemen de monniken een handje rijst en dat wordt dan aan het eind van een mantra de lucht in gegooid.
Onderweg terug naar Sagnam besluiten Ria en Benti de rest van de weg naar Sagnam te voet te vervolgen. Dat is hier, op 3500 meter hoogte en in het geaccidenteerde terrein geen peulenschilletje!
Terug in Sagnam wandelen wij door het plaatsje naar de rivier. Overal zijn de bewoners bezig met het verzamelen van de mest van het vee. Dit gebruiken zij in eerste instantie om over het land uit te strooien, maar het grootste deel zal gedurende de komende barre winter gebruikt worden als brandstof voor de kachel. Het wordt hier in de winter namelijk 25 graden onder nul! Men leeft dan van begin december tot in maart in een kamer, die onder het huis ligt en waar dan ook het vee zal verblijven. Dat geeft ook warmte.
Bij de rivier gekomen steken wij de brug over. Een brug met smalle plankjes en met kabels als handleuning. Aan de overkant wachten wij de dappere wandelaars op.
In de avond eten wij in de Homestay, gezeten op kleedjes langs de muur en met een laag bankje voor ons, dat als tafel zou kunnen dienen. Kikki en Erica helpen de gastvrouw bij het maken van de momo’s. Die lijken op dumplings. Er worden heel veel momo’s gemaakt, maar ze gaan bijna allemaal op.

11 oktober, Sagnam - Rangrik
Onderweg naar Rangrik gaan wij langs de Kungri tempel. Ook deze heeft prachtige beelden en muurschilderingen, maar zij zijn bij lange na niet zo oud als die in Tabo.
Als wij bij Rangrik aankomen, zien wij het Kyi klooster. Dit ligt pittoresk op een vrij steile heuvel. Een heuvel, die bij ons gewoon een berg zou heten . . . Wij zullen de komende dagen in hetzelfde hotel in Rangrik verblijven en van daaruit tochten door de Spiti vallei maken. Het hotel is van alle gemakken voorzien. In het restaurant staan een aantal straalkachels, die in de avond voor wat warmte zorgen. Het wordt hier in oktober in de avond namelijk al vrij fris. Op het moment dat wij in Rangrik zijn, verblijven daar ook veel Bengali’s, die nu ook vakantie hebben. Die hebben veel meer last van de kou dan wij; zij lopen van vroeg tot laat met een deken om zich heen geslagen.

12 oktober, Rangrik - Kibber - Kyi - Rangrik
Wij gaan vandaag een leuke wandeling maken. Van hoog naar lager. Op weg naar het punt van vertrek stappen wij op 4200 meter hoogte uit in Kibber, een plaatsje, waarvan men in India beweert, dat het de hoogste plaats ter wereld is, die over de weg te bereiken is. Als wij het ons goed herinneren, vertelden ze dat in Ecuador ook van een plaatsje op de flanken van de Chimborazo vulkaan . . . Hier kunnen wij ook goed zien, hoe de huizen gebouwd zijn en het is waar, wat Benti in zijn boek beweerde: veel kinderen hebben snotneuzen.
Wij vervolgen onze weg en stoppen onderweg bij een plek, waar je in een mandje aan een kabel naar de overkant van een vallei kan worden gebracht. Jeannette had van te voren beloofd, dat zij in het mandje zou willen, maar bij het zien van het geheel, ziet zij daar toch maar vanaf. Ik blij. Wij rijden door naar Gete, een gehucht, waarvan je een adembenemend uitzicht over de vallei hebt. Van daaruit dalen wij te voet af langs de rotsen om bij het Kyi klooster uit te komen. Onze Nordic Walking Sticks komen ons hier goed van pas, want de afdaling is soms best spannend.
Bij het klooster eten en drinken wij iets en daarna bezichtigen wij het klooster. Het is één van de meest fotogenieke gebouwen van de Himalaya. Zoals in veel boeddhistische kloosters in de omgeving, zien wij ook hier vermeld, dat de Dalai Lama hier ook is geweest.
Na het diner in het hotel in Rangrik kunnen wij fijn kijken naar een echte Bollywoodfilm, die in Spiti is opgenomen.

13 oktober, Rangrik - Lalung
Vandaag maken wij een stevige dagtocht. Wij gaan met de auto naar de hoogvlakte, vanwaar wij in enkele uren naar het dorpje Demul klimmen. Daarna maken we de afdaling naar de Lingti rivier. Erica en Kikki gaan niet mee. Die zien een beetje op tegen de inspanning. Onderweg zien wij aan de overkant plaatsjes, waar wij enkele uren daarvoor met de auto reden. Ongekend hoe ver je hier moet omrijden om naar de andere kant van de rivier te komen! Het is een prachtige wandeling, die wij maken onder begeleiding van een plaatselijke gids. Overmoedig beginnen wij aan de tocht, maar al snel komen wij er achter, dat wij regelmatig moeten stoppen om weer op adem te komen. Het is inderdaad hoog. Op het hoogste punt (4900 meter) ligt een stapel stenen, met daarin geprikt een lange stok met de nodige gebedsvlaggetjes. Het geluid van die wappernde vlaggetjes zal ons lang bij blijven. En weer een  adembenemend uitzicht. Niet eens moe, maar wel voldaan komen wij bij de Lingti rivier weer bij de auto’s aan. Die brengt ons naar Lalung, maar ook nu moeten wij heel lang omrijden. Langs de Spiti rivier worden wij door onze chauffeurs afgeleverd bij een ongekend duister theehuisje, dat tussen de rotsen gebouwd is. In het bijna duister drinken wij de thee.
In Lalung, onze volgende verblijfplaats, is een heel bijzonder klooster. Het klooster is vlak voor het jaar 1000 gebouwd. Er woont daar maar één monnik. De monnik laat ons heel vriendelijk binnen en wij stellen vast, dat dit klooster wel heel erg dicht bij de originaliteit van Tabo komt. Er staan beelden van Boeddha en Tarra. De monnik trakteert ons ook nog op een kopje chai.
Daarna lopen wij omlaag naar ons verblijf voor de nacht. Het is deze keer ook een Homestay, maar deze keer is het verblijf nog uitzonderlijker dan in Sagnam. Wij worden verschrikkelijk gastvrij ontvangen door het echtpaar, dat deze Homestay runt. Wat een aardige mensen zijn dat! Voor deze nacht hebben wij alleen maar het hoognodige meegenomen. De koffers zijn in Rangrik achtergebleven, in een vrije kamer. Het diner dat voor ons gemaakt wordt is voortreffelijk! Als blijk van waardering geven alle reisgenoten iets aan het echtpaar, dat zij voor dit soort ontmoetingen hebben meegenomen. En prompt krijgen de dames van ons gezelschap ook weer een leuk aandenken van de gastvrouw. Het houdt hier ook nooit op!

14 oktober, Lalung - Dhankar - Rangrik
Om ons ‘smorgens te wassen krijgen wij allemaal een emmer warm water mee. Hiermee gan wij naar de gezamenlijke badkamer, die naast het gemeenschappelijke toilet zit. Hoe krijgen ze het voor elkaar om zo snel zo veel warm water voor ons te maken!? Een vraag, totdat wij de oplossing zien. Er staat een soort boiler op de binnenplaats, die gestookt wordt met hout en waar heel snel warm water uit komt. Zou ook iets voor ons zijn! Zoiets hebben wij nog niet!
Met de auto’s gaan wij naar Dhankar, de vroegere hoofdstad van Himachal Pradesh. Benti stel voor om het laatste deel van de weg te voet af te leggen. Ria en Jaap gaan daar op in. Samen met Benti gaan zij op pad. De auto rijdt telkens een stuk door en wacht dan, totdat de wandelaars ons hebben ingehaald. Dat gebeurt en paar keer en ten slotte komen wij bij een poort in de rotsen, waarachter Dhankar ligt. Het waait er flink en schuilend wachten wij op de wandelaars. Deze keer zijn zij wél moe.
Met zijn koffiezetapparaat onder zijn arm gaat Benti ons voor naar het klooster, dat vlak achter de poort in de rotsen ligt. Gastvrij worden wij ontvangen door een monnik en wij mogen in zijn verblijf koffie zetten. Daarna bekijken wij het klooster en wij mogen ook het dak op. Niet allemaal tegelijk, want het dak is niet meer zo goed . . . Vanaf het dak heb je een prachtig uitzicht over de stad Dhankar en over de Spiti vallei, die diep onder ons ligt.
Vlak bij het klooster ligt ook het koninklijk paleis. De koning wordt hier de Nono genoemd en hij schijnt daar nog steeds te wonen. Het paleis hebben we niet bezocht, maar het ziet er vervallen uit.
Als wij weer terug rijden naar Rangrik, komen wij weer voorbij het duistere theehokje, maar niemand heeft nu trek in thee. Weer terug in Rangrik brengen wij onze koffers weer terug naar onze kamer en in de avond is het diner nog beter dan de vorige keer. Chinees, in meerdere gangen. Heerlijk. Wat kunnen die mensen hier koken zeg! En bij de straalkachels kijken we weer naar een film.

15 oktober, Rangrik
Vandaag bezoeken wij de school, waar Benti les heeft gegeven. De Munsel-Ling school. Bij de deur van de kamer van de adjunct directeur krijgen wij allemaal een shawl omgehangen, een eerbetoon van Boeddhisten. Onder het genot van een kop thee krijgen wij van haar wat uitleg over de grondslagen van de school. In het verleden was er in Rangrik alleen maar een staats-school, waarvan de kwaliteit niet zo goed was. De Munsel-Ling school is opgericht met het doel het kennisniveau en het algemene levenspeil in de vallei te verbeteren en de unieke lokale cultuur te waarborgen. Wij bezoeken ook een paar klassen, waar de scholieren en de reisgenoten elkaar vragen stellen. Een favoriete vraag van de reisgenoten is: “Wat wil je later worden?” Er was één jongen, die later zanger wilde worden en hij zingt een Engels liedje voor ons. Maar gelukkig hoorden we ook een paar liedjes uit de plaatselijke cultuur.
In een andere ruimte worden wij verrast door drie dansvoorstellingen, waarbij de leerlingen plaatselijke klederdracht dragen. Opvallend was, dat ook de moderniteit hier toeslaat. Als begeleiding bij één van de dansen, houdt een leraar een mobieltje omhoog, waar de muziek uit klinkt.
Na ons bezoek aan de school lopen wij naar het plaatselijke klooster, waar een hooggeplaatste monnik al tijden bezig om alle teksten uit de boeddhistische gebedsboeken voor te dragen. Via een versterker. En altijd heeft hij veel toehoorders, die hiervoor van heinde en verre naar Rangrik komen. Het is zo vol, dat de mensen zelfs buiten zitten te luisteren.
In de middag maken wij een wandeling langs de Spiti. Benti heeft ons bij het begin van de wandeling aangewezen, waar wij weer langs de rotsen omhoog moeten, om weer in Rangrik uit te komen. Maar dat doel lijkt steeds maar niet dichter bij te komen . . . Helaas kunnen wij het Benti niet vragen, want die is niet verder mee gegaan. Die moest naar Kaza om kaas te kopen voor later, onderweg. Dus gaan wij op een gegeven moment bijna op goed geluk omhoog en gelukkig komen wij uit in Rangrik. Later gaan wij ook naar Kaza om wat inkopen te doen en om een Internetwinkel te zoeken.
Als het weer avond wordt, zijn wij benieuwd, wat die koks van ons hotel nu weer verzonnen hebben! Nou, het gaat hier blijkbaar almaar crescendo. Nu hebben wij een Italiaans diner! En de pizza’s zijn voorbeeldig. En de Penne ook. En het toetje ook. Ach, was ik maar in Rangrik thuis gebleven. Helaas zullen wij niet meemaken, wat er morgen op de kaart staat, want morgen gaan wij weer verder, met een gesmolten hart voor de Spiti Vallei.

16 oktober, Rangrik - Manali
Wij verlaten de Spiti Vallei. In westelijke richting. De beheerder van ons hotel in Rangrik gaat ook met ons mee, want het seizoen zit er op. In het begin is de weg nog goed. Tot na het checkpoint, waar wij de restricted area weer verlaten. Maar daarna wordt de weg plaatselijk zo slecht, dat je het idee krijgt, dat er helemaal geen weg is! Wij rijden door rivierbeddingen, tussen grote rotsblokken door en over gevallen gesteente. Onderweg verndert het landschap regelmatig. Van scherpe, hoge pieken, in vele kleuren, naar vlaktes met grote ronde steenblokken. Een adembenemend gezicht. Dan komen wij op de Kunzampas, op 4500 meter hoogte. Daar staat een paar heel prachtige, kleurige stoepa’s.
Ten slotte komen wij uit op de weg naar Leh. Daar eten en drinken wij wat in een primitieve gelegenheid. Wij zijn misschien wel de laatste klanten, want morgen zit het seizoen er op voor die mensen. Alles wordt dan afgebroken. Bij het begin van het volgende seizoen wordt alles dan weer opgebouwd. Daarna dalen wij af naar de onherbergzame Chandra vallei, maar de weg is hier gelukkig een stuk beter.
Vlak voor Manali gaan wij omhoog naar de Rohtangpas. Dit “lijkenveld” (vertaling) is een harde scheidslijn tussen twee werelden: het ruige, bijna boomloze noorden en de weelderige laagvlaktes. De afstand Rangrik - Manali is bijna 200 kilometer, wij doen daar wel 10 uur over.

Aangezien het onze bedoeling is om van deze reis de nadruk te leggen op de Spiti Vallei en op de Boeddhistische aspecten, vinden wij het niet passen om nu verder te gaan met onze ervaringen in Manali. Hoewel het een leuke plaats is om te bezoeken. Daarom gaan wij nu verder met ons bezoek aan McLeod Ganj, dat wél aansluit bij de sfeer van het voorgaande.

18 oktober, McLeod Ganj
Nadat wij bij ons hotel in McLeod Ganj zijn aangekomen, gaan wij naar een klein Tibetaans restaurantje. De eigenaar vertelt ons, dat er morgen veel zaken gesloten zullen zijn, in verband met het feit, dat de Tibetanen actie gaann voeren naar aanleiding van een geval van zelfverbranding van een monnik in Tibet. Het achtste in korte tijd. Op diverse plaatsen zien wij aanplakbilletten, die daar ook op wijzen.

19 oktober, McLeod Ganj
In McLeod Ganj ligt de residentie van de Dalai Lama. Langs de weg daar naar toe staan talloze stalletjes, waar Tibetanen hun spulletjes verkopen. Je komt er bijna niet voorbij, zonder iets moois te kopen. Maar deze keer doen wij dat wel, want wij gaan naar het klooster, dat bij de residentie ligt. Daar zal de Dalai Lama een gebedsdienst voor de verbrande monniken voorgaan en hij zal er deelnemen aan een bijeenkomst van geestelijken en geleerden vanuit de hele wereld, die bestuderen, wat dienstig en gemeenschappelijk is binnen alle godsdiensten om de wereld verder naar een volmaaktheid te brengen. Er is ons van te voren verteld, dat je geen nare dingen naar binnen mocht brengen, zoals mobieltjes, fototoestellen, videocamera’s en messen. Wij worden bij de ingang grondig gefouilleerd en inderdaad hebben wij nog iets bij ons, dat er niet in mag. Op de binnenplaats zijn honderden, zo niet duizenden mensen aanwezig om toch vooral een blik op de Dalai Lama te mogen werpen. Binnen horen wij monniken mantra’s voordragen en na verloop van tijd komen de deelnemers van de studiegroep naar buiten. Als de stroom is opgedroogd, komt er een auto achteruit de binnenplaats op rijden. De gepantserde auto van de Dalai Lama. Na een tijdje zien wij hem instappen en hij rijdt de 50 tot 60 meter tot aan de residentie. Vriendelijk wuivend en breeduit lachend.
Na afloop gaan wij de stad weer in en genieten van het leuke centrum. Op een dakterras drinken wij wat en genieten van de zon.
Wij hebben geprobeerd om naar de Tibetaanse bibliotheek te lopen. Die zou op slechts 5 km van het centrum van de stad liggen. Maar 5 km in de bergen is heel wat anders dan 5 km in Nederland. En op een geven moment zijn wij maar terug gelopen. Maar goed ook, want de bibliotheek was vandaag ook dicht.
In de avond blijken inderdaad veel restaurants dicht te zijn. Toch vinden wij er nog één, die nog open is. Maar dit is niet een restaurant van een Tibetaan, maar het restaurant van een groter hotel. Daar blijken ook de deelnemers van de studiegroep te verblijven.

20 oktober, McLeod Ganj
Vandaag bezoeken wij het Tibet Museum, waar de historie van het Tibetaanse volk uit de doeken wordt gedaan, inclusief de bezetting door China in 1951. Heel indrukwekkend. De Chinezen hebben alles op alles gezet om alle grondslagen van het Tibetaanse volk te vernietigen. De meeste kloosters werden met de grond gelijk gemaakt en vele mensen vluchtten naar India, waar zij hun leven konden vervolgen zonder de angst, die nu nog in Tibet heerst.
www.savetibet.nl/
Daarna zijn wij de Kora om de residentie gaan lopen. Daar zien we veel vlakke stenen met een gegraveerde Mantra er op en heel veel gebedsvlaggen. Tot slot gaan wij het klooster bij de residentie eens goed bekijken. Daar was gisteren geen gelegenheid toe, gezien de drukte. Daar zien wij de mooiste beelden van de hele reis. Plus de troon van de Dalai Lama. Alleen zal hij het zelf niet zo noemen, denken wij.
In de avond gaan wij naar een restaurant, dat gerund wordt door mensen, die proberen de conflicten tussen de Chinese- en de Tibetaanse cultuur te vermijden en te komen tot een verbinding. Daar praten wij met een gevluchte Tibetaanse jongen, die nu werkt voor Human Rights Watch. Wat hij ons vertelt over het lot, dat de Tibetanen sinds 1951 hebben moeten doorstaan, doen de haren ten berge rijzen. Maar hij vertelt ons ook iets grappigs. Als een Amerikaanse Senator onder begeleiding van een Chinese gids een huis in Tibet bekijkt, valt het hem op, dat er een hele mooie, nieuwe flatscreen televisie aan de muur hangt. Als hij vraagt of de bewoner het toestel eens aan wil zetten, zodat de Senator kan zien, wat er allemaal op de televisie te zien is, moet de bewoner toegeven, dat hij niet weet, hoe hij het toestel aan moet zetten . Eigenlijk is dit helemaal niet zo grappig.

Dit was een reis buiten de betreden paden. Wij zijn een waardevolle ervaring rijker geworden. En het Boeddhisme spoort je op een natuurlijke manier aan om na te gaan denken over de manier waarop wij in het westen leven.