21 oktober 2001 Aankomst We komen in India aan en worden opgewacht door reisleider Peter. Het is al laat in de avond, als we afgeleverd worden in Hotel Clark International. Op het dakterras drinken we nog een biertje voor we naar bed gaan. Je kunt hier officieel geen bier krijgen, maar het blijkt, dat men in heel India onder de toonbank toch wel wat in de aanbieding heeft. We maken ook wat beter kennis met onze reisgenoten.
22 oktober Delhi We gaan op stap, de stad bekijken. Als we buiten komen, ruiken wij gelijk de speciale geur van India. We stappen in een paar gemotoriseerde riksja’s en we rijden naar de Shree Lakschmi Narein tempel. Althans, dat is de bedoeling. Maar er zijn een paar clandestiene chauffeurs, die er de voorkeur aan geven een aantal van ons eerst maar eens naar een winkeltje te rijden voor het doen van wat inkopen. De reisgenoten die dit overkomt, bezwaren zich hartgrondig en weigeren de winkel in te gaan. Zij arriveren dan ook wat verlaat bij de tempel. Voordat we de tempel ingaan, zijn we getuige van een hoog oplopend dispuut tussen de chauffeurs over de ontvoering van onze reisgenoten. De tempel is nog niet zo lang geleden gerenoveerd. We doen onze schoenen uit en lopen op blote voeten door het tempelcomplex. Voor de eerste keer zien we de bekende beelden zoals die van Ganesh, de god met het hoofd van een olifant. Na de rondgang door de tempel stappen we weer in de riksja’s en rijden door het chaotische verkeer (wat een belevenis!) naar een Sikh tempel. Ook hier moeten we onze schoenen uit doen, maar ook leren riemen zijn niet toegestaan binnen het complex. En we krijgen allemaal een (oranje) hoofddoekje om. De Sikh aanbidden een boek. In elke Sikh tempel ligt zo’n boek op een tableau in het midden van de tempel. Er wordt ons op gewezen, dat we nooit onze rug mogen toekeren naar het boek. Met gepaste eerbied kijken we naar de ceremoniën die plaats vinden. De hele tijd wordt er door priesters gezongen. Achter de tempel bevindt zich een groot water, waar Sikhs een reinigend bad kunnen nemen. Het is het plan, dat we nu het Red Fort gaan bekijken. In verband met de recente aanslag op de Twin Towers in New York, nu nog maar een maand geleden, is het fort gesloten in verband met een vrees voor een terroristische aanslag. We zien het fort alleen maar van de buitenkant. We stappen dus weer in de riksja’s en rijden naar de Rajghat. Dit is de plaats waar Ghandi is gecremeerd. De stilte daar is in groot contrast met de herrie van het verkeer in Delhi. Een aantal van ons koopt een krans oranje bloemen en legt die op de gedenktafel van de Rajghat. Die avond hebben we voor het eerst een gemeenschappelijke diner. En het is heerlijk.
23 oktober Jaipur We staan vroeg op, want we gaan met de trein naar Jaipur. Het is nog donker op straat. Voor we in de bus stappen, valt het ons op, dat er bij het hotel een paar mensen gewoon op de stoep liggen te slapen. Van het parkeerterrein bij het station slepen wij onze koffers naar het perron. Het is daar al een drukte van belang. Een verkopertje roep luid: “Chai”€. Thee dus. In kleine bakjes, die van gebakken klei zijn gemaakt. We installeren ons in de trein en kijken verwonderd om ons heen. Voor de ramen zijn tralies gelast. Een ventilator boven ons maakt een hels kabaal. De trein vertrekt en wij maken nader kennis met onze reisgenoten. We zitten midden tussen de lokale bevolking en regelmatig komen er verkopertjes langs. Ook komt er iemand langs met een lap om de grond van de coupé af te stoffen. Tegen een kleine vergoeding. Langzaam aan wordt het licht. Op een station onderweg wordt een stoffelijk overschot de trein in gebracht. Het heeft al die tijd op het tussenbalkon gestaan, bedekt met een lakentje. De zoon gaat zijn overleden vader of moeder cremeren. We praten met een sadhu (heilige man). Wat is dat toch een opvallend aardige man! In Jaipur stappen we in een bus, die ons naar het hotel brengt. Het hotel is het paleis van één van de Maharadja’s van Jaipur. Op eigen gelegenheid gaan we naar het centrum van de stad en we bezoeken het observatorium. Daar staan tientallen stenen constructies voor het observeren van de sterren en de tijd. Het observatorium maakt op ons een tijdloze indruk. Aan de overkant van de straat ligt het paleis van de meest belangrijke Maharadja van Jaipur, het City Palace. De Maharadja is vandaag thuis, want zijn Alpha Romeo MPV staat op de binnenplaats. In het paleis is een textiel museum. Wij vinden alleen de buitenkant mooi. Even verderop zien we, zoals ze zeggen, het grootste zilveren object ter wereld. Het is een drinkwatervat, dat één van de vorige Maharadja’s eens heeft meegenomen naar Londen, gevuld met water uit de Ganges. Aan de hoogte van de poorten in het paleis kan je nog zien dat men hier vroeger olifanten had. ‘s Avonds hebben we een diner op het dak van ons hotel. Begeleid door de muziek van een muzikant en danspasjes van zijn begeleider smullen we van de maaltijd. Daarna krijgen we in de lobby een dansvoorstelling te zien. De vrouwen zijn prachtig uitgedost, maar we begrijpen niet wat die dikke man er bij doet. Dat zal de manager wel zijn.
24 oktober Jaipur Met de hele groep gaan we naar het Amber Fort. Het ligt een eindje buiten de stad op een heuvel. Je kunt de heuvel lopend op gaan, maar je kunt ook omhoog gebracht worden, zittend op de rug van een olifant. Althans, dat is normaliter zo, maar vandaag niet. Het is vandaag een Indiase feestdag en er zijn ook veel lokale bezoekers. De weg omhoog is omzoomd door mensen die ook een paar rupees willen verdien aan de bezoekers. Er zijn slangenbezweerders, verkopers en bedelaars. Sommigen met heel nare wonden. Het fort zelf is prachtig. De Islamitische bouwkunst van de Moguls is hier in alle geuren en kleuren te zien. Van brokate vensters, tot ingelegde spiegeltjes en kunstig gemaakte waterkoelingen voor de kamers. Het deed ons gelijk aan Granada denken. Na een paar uur verzamelen wij ons weer bij de taxi’s en we gaan weer in de richting van de stad. Onderweg bekijken we -van een afstand- het Waterpalace. Het ligt heel idyllisch in het water. Verval is zichtbaar; het wordt niet meer bewoond. We gaan weer verder en bekijken een prachtige Cenotaph. Dit is een herdenkings- plaats van overleden vorsten en hun familieleden. Zij zijn daar destijds gecremeerd. Triest om te zien waren de rij gedenkplaatsen van alle 7 dochters van een Maharadja, die allemaal aan malaria zijn gestorven. Daarna gaan we naar een winkeltje, waar men kleden bedrukt en verkoopt. Het is knap om te zien, dat ze in staat zijn om de volgende stempel precies op de juiste plaats uit te laten komen, zonder zichtbare overgang (een soort batik). Addy dingt stevig af. ‘s Middags gaan we met zijn tweeen in een taxi naar de beroemde Hawa Mahal. Wij mogen de chauffeur Twobeer noemen. Maar of dat zijn echte naam is? Hawa Mahal is een smal gebouw, waar de vrouwen van de Maharadja’s naar het gekrioel op straat konden kijken. Het gebouw wordt het paleis van de winden genoemd, omdat het aan alle kanten gekoeld wordt door de wind. Twobeer doet de suggestie om de zonsondergang te gaan bekijken vanaf het Tiger Fort. Voor de poort van het fort staat het grootste gietijzeren kanon van India. De kamers in het fort zijn vrij eenvoudig, want ze zijn oorspronkelijk gebruikt als verblijfplaats voor soldaten. Van bovenop de trans hebben we een fantastisch uitzicht op Jaipur. De zonsondergang is zo mooi als voorspeld.
25 oktober Jaipur Vandaag gaan we een Camel Safari doen. Dat gebeurt vanaf de landerijen van de Maharadja van ons hotel. We stappen bij het hotel in een stel jeeps. Onderweg zien we hoe een kapot differentieel van een vrachtwagen langs de weg wordt gerepareerd. De weg is tweebaans, maar soms gaat het in 4 rijen. Op het laatste moment voegen ze dan in. Geen wonder dat hier meer ongelukken gebeuren dan bij ons. Op het landgoed aangekomen krijgen we eerst iets te drinken en daarna gaan we op stap. Om beurten mogen we op een kameel zitten. De anderen nemen plaats op de kar die er achter hangt. We rijden door de landerijen en we stoppen bij een dorp. Nieuwsgierig komen de mensen kijken als we afstappen. De kinderen vragen gelijk om een pen. Maar daar moeten ze nog even op wachten. De vrouwen ruiken aan flesjes shampoo die onze reisgenoten in hun tas hebben. Smaken verschillen blijkbaar ook hier, want de vrouwen vinden het niet lekker. We mogen een kijkje nemen in de huizen van de mensen. De huisraad is erg summier. Een eindje verderop ligt een oude man te slapen op een oude stretcher. Onze gids heeft de pennen verzameld, die de reisgenoten hebben meegebracht. Na het zingen van het bekende lied €Vader Jacob€ gaat de gids de pennen uitdelen. Van uitdelen komt echter weinig. De pennen worden hem bijkans uit de handen gerukt! Op weg terug krijgt menigeen toch last van pijn in de onderrug door het wijdbeens zitten op de rug van de kameel. We krijgen een drankje aangeboden en we zouden even kunnen zwemmen in het zwembad. Maar dat staat leeg. Dus doen we even een middagslaapje op het gras. Na het middagdutje gaan we in de jeeps op weg naar het Apenpaleis. Dat ligt even buiten Jaipur in een dal. Als we daar aankomen lopen we tegen een man op, die een paar keer een rauwe kreet slaakt. In reactie daarop komen er van alle kanten apen aanstormen. De pinda’s en bananen die bij de entree aan ons zijn verkocht gaan grif van de hand. Aan het andere eind van het dal gaat de bergwand redelijk stijl omhoog. Daar is een waterpartij, die gebruikt wordt voor ceremoniële wassingen. Van een hoge toren springt een man in het water, onder begeleiding van zijn coach. Met zijn tweeen verdient men blijkbaar beter dan alleen.
26 oktober Agra In de bus vertrekken we naar Agra. Onderweg bezoeken we het Keoladeo National Park in Baratpur. Dit is een park, waar voornamelijk vogels zitten. In fietsriksja’s worden we door het park gereden. Vlak voor Agra ligt Fatehpur Sikri. Dit is een paleis dat door Akbar I is gebouwd. Akbar was één van de eerste Moguls. De Islamitische bouwstijl is hier duidelijk minder ver ontwikkeld dan wij gezien hebben in het Amber Fort in Jaipur. Akbar was blijkbaar een man die respect had voor meerdere culturen. Hij had 3 vrouwen: een Moslima, een Hindoestaanse en een Christelijke vrouw. In het paleis ligt ook de tombe van Sheik Salim Chrishti. Binnen kan je een stukje garen aan het rooster van een venster knopen. Als je dan een wens doet, gaat die beslist in vervulling. Wij storen ons nogal aan de aanhoudende bedelpartijen van verkopers, die hier gewoon over het hele terrein nering mogen doen. Aan het eind van de rondleiding blijkt dat ook onze eigen gids een winkeltje heeft. . . . s Avonds gaan we eten in een Chinees restaurant. Als we weer buiten komen, zien we een vreemd uitgedost paard op een pleintje staan. Nieuwsgierig gaan we kijken. Er staat ook een muziekkorps bij. Die oefenen wat. Heel vreemd voor ons is het, dat er iemand meezingt door een microfoon. Zijn stem wordt versterkt door een paar grote luidsprekers, die op een wagen zijn gemonteerd. Wij vragen aan iemand, die er duidelijk bij hoort, wat dit voorstelt. Het is een bruiloft. En daar komt inderdaad de bruidegom aan. Hij bestijgt het paard en hij krijgt slingers omgehangen. Slingers van bankbiljetten. Na een tijdje komt de stoet in beweging. Getetter uit de toeters, een zanger met galm en een zee van lichten. We lopen mee. Na een paar honderd meter komt de stoet tot stilstand voor iets dat er uit ziet als een poort. Daarachter ligt een grasveld, zo groot als een voetbalveld. Het veld is alle 4 zijden omsloten door bamboe heiningen. Het is blijkbaar opgevallen, dat wij geïnteresseerd zijn. Er komt een man op ons af, die later de ceremoniemeester blijkt te zijn en hij nodigt ons (samen met Mabel, Gijsbrecht, Wendy en Arthur) uit voor het feest. Met enige schroom aanvaarden wij. De bruidegom staat nog steeds voor de poort. Er wordt “€onderhandeld”€ tussen de wederzijdse families of de bruidegom er wel in mag. Na verloop van tijd mag dat en wij gaan samen met het paard met bruidegom het veld op. Door een heel commitee wordt hij naar een podium geleid. Aan drie zijden van het veld staan dissen met eten. Diverse tamboers slaan fors op trommels en er staan daar mannen te dansen. Geen vrouwen, vreemd. Wij dansen mee. Ook onze vrouwen. Na verloop van tijd verschijnt ook de bruid. Ze ziet er heel mooi uit. Zij wordt ook naar het podium begeleid. Bruid en bruidegom werpen op hun beurt een bloemenslinger om de hals van de ander, als teken dat de één de ander heeft gevangen. Dan nemen zij naast elkaar plaats. Wij worden aangesproken door een jongeman, die beweert de hartsvriend van de bruid te zijn. Hij vraagt ons of wij de bruid namens hem willen feliciteren. Daar zien wij maar van af. De ceremoniemeester, a Major of the Indian Airforce, heeft een heupfles whisky in zijn zak. Hij wordt hoe langer hoe spraakzamer. Wij mogen ook eten van de rijke dis. Maar dat lukt nauwelijks, want we komen net van de Chinees. . . . Als we horen, dat dit nog maar de eerste dag van het feest is en dat dit 3 dagen doorgaat excuseren wij ons, want de reis gaat gewoon door.
27 oktober Agra, Taj Mahal Volgens sommigen is de Taj Mahal in het morgenlicht op zijn mooist. Dus gaan wij er vroeg naartoe. Nog in het duister kopen wij kaartjes. Ook voor de videocamera, maar daar mag je niet mee filmen vlak bij de Taj Mahal. Taj is een afkorting van Mumtaz. Zij was de vrouw van Shah Jahan. Toen zijn vrouw stief, was hij ontroostbaar en besloot een monument aan haar nagedachtenis op te richten. Hij gaf een Egyptische architect de opdracht om het monument te bouwen. Om hem te motiveren tot een maximale prestatie besloot hij om hem in dezelfde gemoedstoestand te brengen als waar hij zelf in verkeerde. Dus liet hij de vrouw van de architect ombrengen. Het heeft gewerkt, want de Taj Mahal staat bekend als één van de 7 wereldwonderen. Het is een toonbeeld van harmonie in marmer. Voordat Shah Jahan zelf kwam te overlijden is hij in ongenade geraakt. Hij heeft toen een tijd opgesloten gezeten in het Agra Fort, dat een kilometer of 4 van de Taj Mahal ligt. Vanuit zijn cel kon hij de Taj Mahal zien liggen. Wij gaan dat ook bekijken. We vinden inderdaad de plek, waar Shah Jahan gestaan moet hebben. Maar er is daar natuurlijk veel meer te zien. In het Agra Fort kan je verdwalen, zo groot is het. ‘s Avonds gaan we naar de overkant van de rivier, om te zien hoe het licht dan op de Taj Mahal zal vallen. Op de brug over de rivier komen we stil te staan in een file. We staan tussen de vreemdste voertuigen stil. Niet alleen mensen met fietsen, auto’s en riksja’s, maar ook kamelen met volgeladen wagens er achter. Aangekomen bij de bedding van de rivier gaan we door het drooggevallen deel van de bedding in de richting van de rivier zelf. Onderweg zien we een skelet. Van een mens, dus. Als westerling sta je daar wel even van te kijken. Maar de Taj Mahal is niet zo mooi als vanmorgen.
28 oktober rit naar Khajuraho We hebben een rit voor de boeg de die hele dag zal duren. De afstanden in India zijn groter dan wij in Nederland gewend zijn. Onderweg stoppen we een paar keer. Eén van de stops is in Orchha. Daar lunchen we en we wandelen door de stad. Er is daar een leuke markt en er is een fort. Aan een paar kanten zijn nog de groen glazuren bekledingen te zien. Dit maakt dat het fort schittert in de zon. Tegen een vergoeding van een viltstift maken wij leuke foto’s van mooie kinderen. In het duister komen we aan in het hotel in Khajuraho.
29 oktober Khajuraho ‘s Morgens ontbijt in het hotel. Het is een hotel, dat in de jaren 50 van de vorige eeuw is gebouwd en daarna is er nooit meer iets aan gedaan. Ook niet aan het bedienend personeel. Het eten valt tegen. Door de terroristische aanslagen in Amerika is het toerisme in India ingestort. Dus als wij naar de tempels van Khajuraho lopen, worden wij van alle kanten belaagd door mensen die iets te verkopen hebben of die onze gids willen zijn. Ze zijn zo te horen allemaal student en ze hebben het geld nodig voor de boeken. Khajuraho is bekend door de erotische beelden. De vroegere heersers hebben die beelden laten maken om de mensen te motiveren om vooral veel kinderen te krijgen, opdat de heerser de volgende gewapende strijd zou kunnen winnen. Je kunt daar inderdaad geen kant opkijken of je wordt gemotiveerd. . . . ’s Avonds gaan wij in een Jeep naar de Raneh Fall en het bijbehorende Wild Park. Er word ons verteld, dat je daar ook gavialen (krokodillen met een smalle snuit) vindt, maar wij zien er geen. Wel een mooi landschap. Jammer dat het al donker wordt, dus gaan we maar weer terug naar het hotel. Door het tegenvallende ontbijt worden wij gemotiveerd om in de stad te gaan eten. En dat bevalt ons goed. Met de hele meute zitten we in de openlucht te dineren.
30 oktober trip naar Varanasi Tja, weer vroeg op. Om half vijf! De hele dag in de bus voor de lange reis naar Varanasi Maar je moet er wat voor over hebben om daar te komen. Verder valt er over deze dag niet veel te vertellen. Oh ja, we worden in hotel Pra Deep in Varanasi hartelijk welkom geheten en we krijgen een slinger van oranje bloemen omgehangen.
31 oktober Varanasi Nu ook weer vroeg op, maar deze keer omdat we voordat het licht wordt op de Ganges willen zijn. Om kwart over vijf staan er al een rijtje riksja’s voor de deur van het hotel op klanten te wachten. Ze hebben voor het hotel de nacht doorgebracht omdat zij wisten, dat er een partij toeristen was aangekomen. We spreken een prijs af en stappen op. Vlak bij de Ganges aangekomen stappen we af om de resterende afstand te lopen. Wij worden gepasseerd door een groep mensen, die een primitieve baar dragen, met daarop het lichaam van een overledene, gedrapeerd in een oranje kleed. Luid klinkt de kreet “€Ram, Ram, Ram!”€ Als we aan boord van de boot stappen, breekt de dag aan. Het is aan de oever al een drukte van belang. Traag gaat de boot langs de oever stroomopwaarts. Overal nemen de mensen een bad. Zij poetsen zelfs hun tanden in het water van de rivier. In de wetenschap dat even verderop overledenen worden gecremeerd, waarna de resten in de Ganges worden geschoven, durven wij onze handen nog niet in het water te steken. Een man in een net pak daalt de trappen van een Ghat af en kleed zich uit, Op zijn blote lijf zien wij het touwtje, dat hem herkenbaar maakt als Brahmaan, iemand van de hoogste kaste. Langs de oever staan priesters en sadhu’s. Er klinkt serene muziek. Een verdwaalde westerse neemt de oosterse gebedshouding aan. Er drijft het kadaver van een hond voorbij . . . . . Na verloop van tijd keert de boot om en gaat terug naar de plek waar onze tocht begon. Even verderop zien we de Burning Ghats, de plek waar overledenen worden gecremeerd. Wij gaan weer aan wal en volgen de gids naar een klein restaurant, waar we ons ontbijt hebben. Na het ontbijt volgen wij de gids op een rondleiding door de stad. We beginnen bij de Burning Ghats. Met gepaste eerbied nemen wij kennis van het hele gebeuren. We zien mensen onderhandelen over de prijs van het brandhout en we zien de stapels branden. Na verloop van tijd gaan wij hoe langer hoe meer respect krijgen voor de manier waarom mensen hier afscheid nemen van hun overledenen. Van de Ghats gaan we de binnenstad in. In de straatjes lopen de heilige koeien en wij letten scherp op hun uitwerpselen. Bij een put staat een man omlaag te kijken. In de put zit iemand van de laagste kaste, wiens taak het is de put schoon te maken. Hij lacht ons vriendelijk toe. Wij lopen met de gids mee naar zijn huis. Op de binnenplaats staan een paar huis-koeien. Die houden zij onder andere voor de melk. Overdag lopen de koeien door de stad en doen zich tegoed aan de resten van groenten, die de bewoners naar buiten gooien. Op de hoek van een straat staan een paar mannen te smullen van het eten van een India’s Fast Food tentje. We stappen in een paar riksja’s en gaan met de gids mee naar een zijdefabriek, die ook zijn eigendom is. Een fabriek kan je het eigenlijk niet noemen, want het zijn eigenlijk gewoon de huizen van de mensen, waar dan ook nog de machines in staan. Alhoewel er volwassenen aan de machines staan, kunnen wij ons niet aan de indruk onttrekken, dat de vele kinderen die er rondlopen weer achter de machines zullen gaan staan, als wij weer weg gaan. Tot slot komen we terecht in de winkel van de gids. Aan de hand van een Franse glossy laat hij zien, dat Catharine Deneuve hier een tijdje geleden ook is geweest. We kopen een mooie shawl. De rest van de middag zijn we vrij en we verkennen de naaste omgeving van het hotel. Telkens bieden mensen zich aan om je de weg te wijzen. Als zij er in slagen om je een winkel in te praten, krijgen zij een kleine provisie. ‘s Avonds gaan we weer naar de Ganges. Wij hebben het geluk, dat er vanavond aan de oever van de Ganges een religieuze happening is. In een boot op de rivier laten wij honderden candles te water om mee te doen aan de feestvreugde. We zien aan de oever een aantal priesters zwaaien met grote kandelaars, begeleid door bellen en trommels. In het licht van de lantaarns vliegen duizenden insecten. En langzaam gaat bij een film het beeld dan naar zwart. . . . Een belevenis om nooit te vergeten.
1 november Sarnath Ook deze dag gaat weer voor een groot deel voorbij door een lange busrit. We stoppen in Sarnath, waar oude tempels zijn. Men was er druk in de weer met de restauratie. In de middag gaan we winkelen in Sarnath. Sareehs kijken maar niet kopen.
2 november Chivpatinagar We gaan nu in de richting van Nepal. Het landschap wordt bosrijker en aan het eind van de dag komen we aan in Chivpatinagar. Daar verblijven wij voor de nacht in het Royal Retreat Chivpatinagar, een plaats waar de Maharadja’s verbleven voor de jacht op tijgers. Tijgerkoppen hangen als jachtrofeën aan de muren. De pleisterplaats is een lust voor het oog. Alhoewel deze plek ver van de bewoonde wereld ligt, kregen we toch een vorstelijk diner opgediend.
3 november Chitwan We passeren de grens met Nepal. Op een gegeven moment kunnen we niet verder met een gewone bus en we stappen over in een aantal jeeps. Over hobbelige wegen rijden we naar Chitwan. We worden ondergebracht in hotel Rhino Lodge. Na een welkomst drankje verkennen we het dorpje. In de avond krijgen we een Nepalees diner aangeboden. We eten met onze handen, zoals dat daar gebruikelijk is. Na het diner is er een dansvoorstelling, waar wij aan het eind ook allemaal aan meedoen. Maar wij zijn natuurlijk wat minder los in de heupen . . . . Achter in de tuin staat een olifant aangelijnd in het duister. Als we hem te dicht naderen, haalt hij vervaarlijk uit met zijn slurf.
4 november Chitwan National Park In de morgen maken we een safari over de rivier en door het landschap. Het water van de rivier komt angstvallig dicht aan de rand van de boot. Sommige reisgenoten moeten hier of daar een bloedzuiger van hun benen afhalen. . . .’s Avonds hebben we lekker gegeten in een restaurant in het dorp.
5 november Chitwan National Park We gaan op de rug van een aantal olifanten het park in. We waden door de rivier en komen op een weidse plek, waar ook een aantal neushoorns lopen. De kans is aanwezig, dat we ook een tijger te zien krijgen. Maar helaas, we hebben geen tijger gezien. Wel een paar pauwen en een paar herten.
6 november op weg naar Pokhara We vertrekken weer uit Chitwan rijden met de jeep tot de plaats waar de bus weer wacht. Na enige tijd rijden we door een ravijn, waar de Gandak, rivier loopt. Een aantal van onze reisgenoten is eerder vertrokken om een Rafting excursie te volgen. Onderweg pikken we ze weer op. Drijfnat en moe. “€Mooi!”€, zei Henk-van-Annie na afloop. In Pokhara worden we gehuisvest in het Hong Kong Hotel.
7 november Pokhara Vroeg uit de veren. Met een taxi gaan we de Sarangkot op. Het laatste eind moeten we lopen, maar we zijn ruim voor zonsopgang op de berg. In noordelijke richting kijken wij uit op de Anapurna Range. Als je weet, dat de Range 50 kilometer ver weg ligt, dan krijg je pas echt een idee over de hoogte van de Himalaya. De zon komt op. De sneeuw op de Range krijgt een gouden kleur. Een Zen boeddhist slaat op zijn trommel en buigt als groet naar de gouden bergen. Piek na piek komt in de zon te liggen. Als snel trekken wolken om de pieken en het betoverende schouwspel verdwijnt net zo snel als het is gekomen. Voldaan lopen wij de berg af. Maar dat is een langere weg dan wij dachten. Beneden aangekomen zijn onze knieën niet goed meer in staat om ons te dragen. Vermoeid vallen we neer in een klein restaurantje om te ontbijten. Blijkbaar heeft men hier niet zo vaak gasten, want het duurt even voor het ontbijt wordt opgediend. Pokhara ligt aan het Fewa meer. In de middag gaan we met een gids het meer op. In het midden van het meer ligt een eiland, waar een kleine tempel op staat. Dit was een leuke verkenning, maar we besluiten om de volgende dag nog maar eens te gaan en dan zelf een kano te huren.
8 november Pokhara In de morgen peddelen we met zijn tweeen in een kano over het meer. Aan de overkant drinken we iets in een café. Weer op het meer worden wij er voor gewaarschuwd niet te ver in een bepaalde richting te varen. Daar heeft de kroonprins namelijk zijn jachthaven en het is anderen niet toegestaan om zijn rust te verstoren. Boven de Sarangkot zien we een serie hanggliders omlaag zweven. Dit inderdaad een voortreffelijke plek voor zoiets. In de middag gaan we met zijn allen naar een Tibetaans vluchtelingenkamp. Dit zijn permanente kampen, waar verdreven Tibetanen wonen in een geheel eigen sfeer. Natuurlijk zijn daar de grote gebedsmolens en een monnikenklooster. Wij mogen daar binnen kijken. We begrijpen niet zo veel van de ceremonie, maar we zien wel, dat de jonge monniken de dienst aandachtig volgen. Peter, onze reisbegeleider heeft ons erop opmerkzaam gemaakt, dat de mogelijkheid bestaat om een vlucht te maken boven de toppen van de Himalaya. De vlucht is niet goedkoop, maar iedereen besluit om een ticket te kopen. Peter heeft die vlucht zelf nog nooit gemaakt en als dank voor bewezen diensten besluiten wij met zâ€n allen om ook een ticket voor hem te kopen. Dat moet nog wel even geheim blijven, want de vlucht is vanaf het vliegveld van Kathmandu. En daar zijn we nog niet.
9 november rit naar Kathmandu We rijden met de bus naar Kathmandu. Met weemoed kijken wij onderweg achterom. Lange tijd houden we nog zicht op de Anapurna Range. We komen in steeds diepere ravijnen terecht. Midden in Kathmandu is ons hotel.
10 november Patan en Bhaktapur Niet ver van Kathmandu liggen de voormalige hoofdsteden Patan en Bhaktapur. Vooral het centrale plein van Patan is indrukwekkend. Er staan talloze mooie tempels. Je waant je in een andere wereld. Ook nemen we een kijkje in de gouden tempel. De ratten lopen daar vrij rond. Ze worden zelfs gevoerd. Langs de hele galerij staan gebedsmolens. We steken een kaarsje aan. Bij een andere tempel worden allerhande offergiften verkocht. Er gaan hier veel meer mensen naar de tempel, dan in Nederland naar de kerk, denken wij. Rondom Durbar Square in Bhaktapur zijn prachtige tempels te zien. Je vindt er ook de zogenaamde hippie tempel. Elly kan het niet nalaten naar boven te gaan om zich op die manier te verenigen met haar vroegere pop idolen.
11 november Kathmandu Het oude centrum van Kathmandu is erg mooi. We zien er de plek, waar de Kumari woont, de plaatselijke levende God. Het is een meisje, dat op haar vierde uitverkoren is en dat God blijft tot haar eerste menstruatie. Zelfs de koning van Nepal komt elk jaar een keer bij haar langs om zijn respect te tonen. De zogenaamde Apentempel is een bekende tempel. Dus besluiten we om daar naar toe te gaan. Een riksja mannetje bezweert ons, dat hij ons daar best naar toe kan brengen. Maar we moeten hem onderweg wel helpen duwen. Hij zet ons af onder aan de trap van de tempel. De trap met zijn 360 treden valt eigenlijk best mee. Vooral omdat we onderweg nog een leuke lijstenen plaat kopen met de klassieke tekst Ohm mani patme ohm er op. Kunnen we gelijk even rusten . . . Boven kom je weer de alom tegenwoordige gebedsmolens tegen. De alziende Budha, met zijn hypnotiserende ogen aan vier zijden van de tempel is beroemd. En inderdaad er lopen daar een heleboel apen rond.
12 november Kathmandu Vandaag is het dan zo ver. We gaan de vlucht boven de toppen van de Himalaya maken. In een modern klein vliegtuig vliegen we naar het noorden. We zien alle toppen van het Mount Everest massief. En dus ook die hoogste berg van onze planeet. In de middag gaan we een kijkje nemen bij de Burning Ghats van Kathmandu. Hier mogen we wel foto’s nemen, wat in Varanasi verboden is. We volgen een crematie van het begin tot het einde. De oudste zoon van de overledene heeft de leiding. Hij heeft zijn hele hoofd kaal geschoren en hij gaat gekleed in een witte doek. Hij loopt vijf keer om de baar heen, terwijl hij heilig water sprenkelt. Daarna komen overige familieleden aan bod. Zij steken geld tussen de baar. Dan wordt de stapel in brand gestoken.
13 november vlucht naar Delhi Nu wij weten hoe groot de afstanden hier zijn, zijn we maar wat gelukkig met het feit dat we terug vliegen naar Delhi en dat we die afstand niet met de bus hoeven af te leggen. In de middag gaan we met Paula en José naar het museum van Delhi. Tegen de avond gaan we nog even naar het bestuurlijk centrum van Delhi. Daar zien we het (streng bewaakte) Parlementsgebouw en India Gate aan de brede boulevard, waar ook die bekende parades met die olifanten worden gehouden. We eindigen de reis waar we hem begonnen zijn: in Hotel Clark International. Vanaf het dak zien we voorbereidingen voor het lichtjesfeest, Divali. Maar voor het feest begint vliegen wij weer naar Nederland terug.