Web Design
Mexico

Keer terug naar Reizen

Zaterdag 24 april 1999
Na een prima vlucht per KLM werden wij met een bus naar ons hotel in Mexico City gebracht, waar reisleider Erik van Bentum ons 's avonds een Margarita aanbood en de eerste algemene informatie verstrekte. Het op de ruïnes van de oude Aztekenstad Tenochtitlan gebouwde Mexico City werd in 1521 gesticht en heeft meer dan 20 miljoen inwoners. Het is één van de dichtstbevolkte steden ter wereld.
Diner (onze eerste kennismaking met frijoles) en overnachting in het Best Western Hotel "Estoril".

Zondag 25 april: Mexico City
Chauffeur Cornelio bracht ons naar het Antropologisch Museum, waar wij werden rondgeleid door Maria. Zij komt oorspronkelijk uit België, maar woont al jaren in Mexico. Op een boeiende manier liet zij ons aan de hand van de archeologische kunstvoorwerpen kennis maken met de Olmeken, de Maya's, de Zapoteken, de Tolteken, en de Azteken. Het museum is ontworpen door de architect Pedro Ramirez Vázquez en met de schitterende fontein in de patio is het een kunstwerk op zich. We zagen o.a. de wereldberoemde Aztekenkalender (gewicht 25 ton en een doorsnede van 3,65 meter); siervoorwerpen van obsidiaan (gepolijste vulkaansteen); de hoofdtooi van Moctezuma, gemaakt van vele soorten pluimen als teken van macht; een Chac-Mool en een Cuauhxicalli van basalt om offers in te leggen; stèles waarop het leven van vorsten is afgebeeld (politieke propaganda) en afbeeldingen van de volgende goden:
De regengod Tláloc met cirkels om de ogen (moeten slangen voorstellen) en opgerolde neus.
De god van de lente Xipe-Tótec. Ter ere van deze god vilden de priesters elk jaar in maart levende slachtoffers, waarna zij in hun huid rondliepen.
De god van hemel en aarde Quetzalcóatl (gevederde slang), afgebeeld als een vogel (quetzal) en een slang (cóatl).
De moeder van de goden Coatlicue.
Na het verlaten van het museum kwamen zagen we de Danza de los voladores. Een groep dansers gaf een demonstratie van een dans uit Veracruz ten behoeve van een goede oogst. Vijf dansers klommen naar een met touwen omwonden paal, die wel 30 meter hoog was. Toen de mannen boven waren aangekomen begon een van hen op een bamboefluitje te spelen en de andere vier stortten zich met het hoofd omlaag, de armen gespreid naar beneden. De touwen wikkelden zich van de paal af en in 4 x 13 = 52 omwentelingen (een getal dat steeds weer terugkomt) vlogen de voladores naar beneden. Na een salto kwamen ze weer goed neer op de begane grond.
's Middags bezochten we de drijvende tuinen van Xochimilco, waar wel 3000 vrolijk versierde gondels met Mexicaanse families, waarvan sommige iets te vieren hadden, met kooplieden, met toeristen en met mariachi's rondvoeren.
We kregen allemaal van Erik een drankje en de dames bood hij een boeketje aan. Mariachi's komen oorspronkelijk uit Guadalajara. Zo'n orkest bestaat uit 5 tot 6 muzikanten, die met trompetten, violen en gitaren vrolijke deuntjes spelen. Ze zijn meestal gekleed in een strakke, zwarte broek en kort jasje, versierd met een rij blinkende knopen, gecompleteerd met sombrero's en laarzen. Soms staan ze op een plek, maar vaker trekken ze van bar naar bar om daar te spelen en te zingen. Ook voor ons brachten ze verzoeknummers ten gehore en wel
La Paloma en Cielito Lindo. Volgens de een is de naam "mariachi" afkomstig van het Franse woord "mariage", omdat de muzikanten bruiloften en partijen opluisterden. Anderen zijn van mening dat het woord is afgeleid van de naam Maria, waaraan het verkleinwoord -chi is toegevoegd.
De "drijvende tuinen" zijn ontstaan doordat men om land te winnen "chinampas" in de drassige gebieden van het meer van Texcoco heeft aangebracht. Hiertoe werd gebaggerde modder op gevlochten beddingen van rijshout geschept; de beddingen werden op de ondiepe plekken van het water gelegd en vervolgens werden ze beplant, zodat de wortels van de gewassen de grond vasthielden.
Diner en overnachting in hotel Estoril. Vanuit het restaurant zagen we een studentendemonstratie. Men protesteerde tegen de heffing van 1200 peso's collegegeld. Weliswaar is dit geen groot bedrag, maar de studenten voelden zich hierdoor aangetast in hun grondrechten.

Maandag 26 april: Mexico City
We bezochten de Basílica de Guadalupe. Elk jaar, op 12 december, komen tienduizenden Mexicanen naar de basiliek om de verschijning van Nuestra Señora de Guadalupe te herdenken. Op 12 december 1531 verscheen Maria namelijk op een heuvel aan de arme Indiaan Juan Diego. Maria zag eruit als een Indiaans meisje en ze droeg een mantel met gouden sterren. Dat was net zo'n mantel als de godin Tonantzín had, de belangrijkste godin van de Azteken en de moeder van alle mensen. Zij gaf hem de wens te kennen dat er op die plaats een kerk gebouwd zou worden. Toen Juan Diego met dit verzoek bij de bisschop kwam kon deze het verhaal haast niet geloven. Daarop verscheen Maria opnieuw aan de Indiaan. Zij stuurde hem naar de top van de heuvel Tepeyac om daar rozen te plukken. Juan Diego was stomverbaasd, want gewoonlijk groeien daar geen rozen. Toch voldeed hij aan haar verzoek en tot zijn nog grotere verbazing trof hij een prachtige struik bloeiende rozen aan. Hij plukte een bos rozen en stopte deze in zijn mantel om ze aan de bisschop te laten zien. Tot beider verrassing verscheen op de mantel een afbeelding van Maria.
Voor Maria werd in 1533 een kerk gebouwd, die uitgroeide tot het belangrijkste bedevaartcentrum van Midden-Amerika. Wij zagen op het plein twee gelovigen, die de laatste honderd meter naar de basiliek op hun knieën aflegden.
In 1709 werd voor de Heilige Maagd een veel grotere kerk aan de voet van de heuvel gebouwd. In de loop der tijd verzakte dit bouwwerk echter als gevolg van een aardbeving en de zachte ondergrond. Op 12 oktober 1976 werd een nieuwe basiliek ingewijd, een schitterende architectonische schepping van Pedro Ramírez Vázquez. Om discussies uit de weg te gaan betreffende de controverse tussen de plechtige waardigheid van de oude basiliek en de hypermoderne uitstraling van de nieuwe wordt de tijd aangegeven door middel van een zonnekalender en een klok.
De mantel van Juan Diego, met daarop de afbeelding van de Heilige Maagd, hangt boven het altaar. Om filevorming van de vele gelovigen voor de afbeelding te voorkomen, heeft men er een lopende band voorlangs geconstrueerd.
Toen de paus twee jaar geleden Mexico bezocht kwamen 2 miljoen mensen naar deze basiliek. Ter gelegenheid van zijn bezoek is naast de oude kathedraal een groot standbeeld van hem geplaatst en op het plein zagen wij de 16 staties die hij heeft onthuld.
Tijdens de rondreis hebben we talrijke prachtige planten en bomen in bloei gezien: bouvardia, canna, jacaranda, oleander, flamboyant, hibiscus, bougainvillea, enz. Maar natuurlijk is Mexico ook het land van de cactus. We zagen de kandelaar-cactus, de cardon-cactus en de orgelpijpcactus. De meest bekende cactus is de maguey.
Onderweg naar Teotihuacán (Teh-oh-tih-wah-KAN) kregen we te zien, dat de maguey voor diverse doeleinden door de Indianen gebruikt wordt. De scherpe punten van de bladeren worden als naalden gebruikt, de vezels als grondstof voor textiel en de bladeren voor het vervaardigen van papier. Tevens dient de maguey als basisgrondstof voor tequila. We moesten natuurlijk tequila proeven en wel op de traditionele manier:
Bevochtig de rug van je hand met je tong en strooi er zout op;
1. Lik het zout van je hand;
2. Druppel citroensap in je mond;
3. Zeg: "arriba, abajo, al centro, al dentro" en drink het glaasje tequila in een keer leeg.
We bezochten de piramides van de Zon (64 meter hoog) en de Maan (30 meter hoog) in Teotihuacán (de stad waar mensen goden werden) onder leiding van lokale gids Paco: een indiaan. De beschavingen hebben elkaar beïnvloed, maar waren toch heel verschillend. Teotihucan was de startplaats van deze culturen.
De eerste bewoners van Amerika zijn afkomstig uit Siberië. Omstreeks 50.000 tot 8.000 voor Christus kwamen zij over een landengte, waar nu de Beringstraat is. Aanvankelijk jaagden zij op mammoeten, maar toen de temperatuur na de ijstijd begon te stijgen werden de valleien droger, zodat er een einde kwam aan deze voedselvoorziening. Zij werden toen gedwongen landbouw te bedrijven. De eerste nederzettingen verschenen omstreeks 5.000 voor Christus in Teotihuacán.
De piramides verschillen duidelijk van die van Egypte. Zij zijn hier gericht naar de zon. Iedere 52 jaar werd er een nieuwe piramide overheen gebouwd.
De lunch was in buffetvorm met Mexicaanse specialiteiten en dansvoorstelling.
's Middags wilden we het Palacio Nacional te bezoeken, maar helaas konden we niet naar binnen wegens het bezoek van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken. In plaats daarvan zijn we naar een restaurant tegenover het Zócalo gegaan, waar we vanaf het dakterras een schitterend uitzicht over het plein hadden. We zagen de Mexicaanse vlag wapperen in groen, wit en rood. Groen staat voor de onafhankelijkheid, wit staat voor de godsdienstige zuiverheid en rood betekent broederschap.
's Avonds gingen we eten in een overdekte patio van het Palacio de Bellas Artes, dat in Europese stijl is gebouwd. Michael zag onmiddellijk, dat er later een verdieping op was gezet, hetgeen Erik niet wilde geloven. De volgende dag vertelde hij in de bus, dat Michael (zoals gewoonlijk!) gelijk had.
We zagen daar een grote wandschildering in felle kleuren. Onze eerste kennismaking met de muralisten. De belangrijkste  muralisten zijn Rivera, Orozco en Siqueiros. In 1921 moedigde de minister van Onderwijs José Vasconcelos het aanbrengen van fresco's over de Mexicaanse geschiedenis en cultuur in overheidsgebouwen aan. Dit had een herwaardering voor de wandschildering als kunstvorm tot gevolg.
Daarna bezochten we de torre Latino Américana met een hoogte van 182 meter (inclusief antenne). Deze toren werd ontworpen door Ing. Adolfo Zeevaert. We gingen met een lift naar de 44e verdieping (139 meter hoog) en hadden daar een schitterend uitzicht over de verlichte stad.
Overnachting wederom in hotel Estoril.

Dinsdag 27 april: Mexico City - Oaxaca (oewa-chá-ka)
De opbrengsten uit olie en andere grondstoffen zijn de belangrijkste bron van inkomsten. Gemiddeld betalen de mensen maar 15% belasting. De vervuiling is dermate hoog, dat elke auto maar om de andere dag mag rijden. Met gekleurde stickers wordt dat aangegeven. Dit heeft tot gevolg, dat rijke mensen hier twee auto's hebben!
Het woord "gringo" komt van "green go home" naar aanleiding van de oorlog tussen de U.S.A. en Mexico. De Amerikanen droegen namelijk groene uniformen. Er is een soort haat/liefde verhouding tussen beide landen. "Poor Mexico, so close to the States and so far away from God." De Mexicanen haten de Amerikanen wegens hun dominantie, hun soms koloniale gedrag en omdat ze Nevada enz. hebben ingepikt. Intussen zijn ze echter wel gek op hun dollars en het "Amerikaanse model".
In Cholula bezochten we de grote piramide, die er nu bijna als een natuurlijke heuvel uitziet. Er zijn namelijk verschillende piramides over elkaar heen gebouwd, welke niet zijn  blootgelegd als andere Mexicaanse piramides. Vervolgens liepen we door de tunnel, die archeologen hebben aangelegd om de piramidelagen te kunnen onderzoeken. We beklommen de heuvel naar de kerk Nuestra Señora de los Remedios. Van hieruit hadden we een schitterend panorama op Cholula en omgeving. In Puebla maakten we een wandeling rond het Zócalo en bezochten we de Santo Domingo kerk. Diner en overnachting in Hacienda la Noria in Oaxaca, waar we kip aten met "mole Poblano": een saus van cacao, chili, amandelen, anijs, tomaten, uien, knoflook en nog veel meer ingrediënten.

Woensdag 28 april: Monte Albán (MONTE-teh al-BAN = witte berg)
Onder leiding van de lokale gids Ronaldo, die boeiend vertelde over de Zatopeken bezochten we dit tempelcomplex. De Zatopeken, die in volstrekte harmonie leefden met de natuur, lazen aan de stand van de sterren de tijdrekening af. Het zonlicht kwam op 8 mei door een soort pijp in de tempel, waardoor de priesters werden verlicht. Mei is de 5e maand. 8 + 5 = 13 (magisch getal). Het waren kleine mensen met een groot brein. Zij kenden de mathematica al vóór Copernicus. Vroeger dacht men, dat ze het wiel niet kenden. Later bleek echter van wel (in het museum zagen we speelgoedkarren en hun kalender is ook rond), maar ze gebruikten het niet, omdat ze nog geen trekdieren hadden. De stenen, benodigd voor de bouw van de piramides, werden gerold. Zij kenden voor hun beeldhouwwerken zelfs de methode "cire perdue", waarbij de vorm in was wordt geboetseerd op een kern van klei. Bij het gieten smelt de was weg en het brons neemt er de vorm van aan. We zagen o.m. de baan, waar het pelote balspel (hier zonder stenen ringen), dat voor alle pre-Columbiaanse volken zo belangrijk was, gespeeld werd. In samenhang hiermee werden religieuze en ceremoniële rituelen uitgevoerd. Zo werd bijvoorbeeld de captain van het winnende team, nadat hij een jaar lang gefêteerd was, als eerbetoon aan de goden geofferd. In het complex van de Danzantes bekeken we de stenen platen, waarop mensen in allerlei vreemde houdingen staan afgebeeld. Het lijkt wel of sommige figuren aan het dansen zijn, vandaar die naam.
We bezichtigden in Oaxaca de kathedraal en de Santo Domingo kerk, die tussen 1570 en 1600 gebouwd werd. We waren onder de indruk van het interieur, waarvan een aanzienlijk gedeelte versierd is met bladgoud: een prachtig voorbeeld van Mexicaanse barok.
Tevens bezochten we het aangebouwde klooster, dat nu in gebruik is als museum. We zagen hier een prachtige muurschildering, waar Mexicaanse presidenten, waaronder Benito Juárez worden uitgebeeld. Het fresco is voorzien van de volgende tekst: "El respecto al derecho ajeno es la paz". ("Het respect voor de rechten van iedereen betekent vrede"). Diner en overnachting wederom in Hacienda La Noria in Oaxaca.

Donderdag 29 april: Oaxaca - Tehuantepec (Teh-wan-teh-PECK)
Vlak na vertrek dacht ik mijn fototoestel vergeten te zijn, zodat we terugreden naar het hotel. Daarna bleek het toch in mijn tas te zitten. Later zou ik nog een grotere blunder begaan. We maakten een sanitaire stop bij het restaurant, waar we terug zouden komen om de lunch te gebruiken en reden weg zonder te kijken of Michael wel in de bus zat.....!
Op weg naar Mitla (plaats van de doden) kwamen we bij de reusachtige boom Santa Maria El Tule. Deze 2000 jaar oude sequioa heeft een omtrek van 42 meter en is 40 meter hoog.
Specifiek voor Mitla zijn de mozaïeken in geometrische patronen, die zich zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de muren bevinden. Voor ons zijn het decoraties, voor de Mixteken was het waarschijnlijk een taal. De betekenis is onbekend, men denkt, dat deze te maken hebben met zon en maan. Lokale gids Rigillo liet ons de "Zuil van het Leven" omarmen. Er zijn Indianen, die elk jaar naar deze zuil komen om dat ook te doen. Volgens hen wist je dan hoeveel jaar je nog te leven hebt.
Ook bezochten we een destilleerderij, waar tequila gemaakt wordt. De blauwe agave (maguey) levert de grondstof voor tequila. Mezcal wordt van een andere soort agave gemaakt. Tequila mag eigenlijk alleen zo genoemd worden als ze uit de omgeving van Guadelajara komt. Het alcoholpercentage is 38%. Het duurt 8 tot 10 jaar voordat de ananasvormige bol, die 50 tot 100 kg weegt, uit de maguey gehaald kan worden. Voor 1 liter tequila is 7 kg nodig. De bollen worden fijngemalen. Suiker wordt toegevoegd en na een gistingsproces van vier dagen wordt het mengsel gedestilleerd. Daarna worden tequila en mezcal in houten vaten gedaan voor een periode, die varieert van vier maanden tot zeven jaar. We proefden jonge en oude tequila. In elke fles mezcal wordt een rups gedaan, die je op zou moeten eten als de fles leeg is. De hallucinerende werking, die toegeschreven wordt aan het rupsje, is echter te herleiden tot het hoge alcoholgehalte van mezcal!
We kochten enkele souvenirs en blouses op een marktje, waar ze sinaasappels voor ons uitpersten. Deze werden met behulp van een handig apparaatje eerst geschild, zodat eventuele bestrijdingsmiddelen niet in het sap terechtkonden komen. Heerlijk zo'n beker vol vers sap als je dorst hebt, want het was intussen behoorlijk warm geworden (38 C).
Door een schitterend landschap met vele haarspeldbochten reden we naar Tehuantepec, waarvan gezegd wordt, dat hier de vrouwen zelfbewuster zijn dan in andere delen van Mexico. Zij staan bovendien bekend om hun kleurrijke huipiles (blouses) en geborduurde rokken.
Diner en overnachting in hotel Calli.

Vrijdag 30 april: Tehuantepec - San Cristóbal de las Casas
Met een speedboot maakten we een prachtige tocht door de Sumidero Canyon op de Grijalva rivier tussen hoge rotswanden. Onderweg zagen we gieren, ibissen, pelikanen en krokodillen.
Toen de Spaanse conquistadores de provincie Chiapas innamen, verkozen de tegen hen strijdende Indianen de dood boven een leven als slaaf. Massaal trokken ze toen naar de canyon en stortten zich als lemmingen in de diepte!
In Chiapas leven nog 450.000 Maya-indianen onder vaak ellendige omstandigheden. Zij zijn jarenlang uitgebuit door de politieke elite van landeigenaren, hetgeen leidde tot een rebellie in 1994. El sub-commandante Marcos is de leider van deze guerrillabeweging Zapatista.
Het onderwijs is gratis in Mexico. Tot 12 jaar gaan de kinderen naar de Primario. Daarna haken vele leerlingen af, omdat het vervolgonderwijs alleen in grotere plaatsen is en er studieboeken en uniformen moeten worden aangeschaft. Obers kunnen vaak niet rekenen. Meestal is er een caissière aangesteld. Zij kan het evenmin goed, doch daarom heeft zij een rekenmachine.
Milieubewust is men hier totaal niet, hetgeen te begrijpen valt in een land met zoveel armoede. Je kunt je immers pas druk maken over milieuvervuiling als de primaire levensbehoeften vervuld zijn. Afval wordt zomaar uit auto's gegooid en komt - omdat het hier vrijwel altijd waait - in de bomen terecht, hetgeen het landschap een troosteloze aanblik geeft.
Onderweg zagen we o.m. de olifantsorenboom; dit is een beschermde boom, waarvan het hout (soort eikenhout) wordt gebruikt voor meubelen, die generaties lang meegaan.
Ook zagen we mangobomen. Mango's kosten maar 4 peso per kilo en worden met de hand geoogst. Het duurt 6 à 7 jaar voordat geoogst kan worden. Men wisselt mangobomen af met ananasstruiken.
Het volksvoedsel is maïs. Van de maïskorrels worden meestal tortilla's gemaakt, die de basis vormen voor een groot aantal gerechten. Tortilla's worden ook wel Mexicaans bestek genoemd, omdat men met zo'n pannenkoekje het eten naar de mond brengt. Door de inefficiënte productie kan evenwel niet in de totale eigen behoefte worden voorzien.
We bezochten het Indianendorp San Juan Chamula met de opvallende witte kerk, waar beslist niet gefotografeerd mag worden. Het interieur van deze kerk met de hardop biddende gelovigen, knielend op de vloer, waarop dennennaalden liggen (er zijn geen banken) en de rijen brandende kaarsen maakte een diepe indruk op ons.
Het was zeer aangrijpend om te zien hoe deze mensen in hun armoede steun en kracht vinden in het geloof: een mix van katholicisme en Maya-religie. Er vinden diverse rituelen plaats, bijvoorbeeld met een dode kip. Deze kerk is dag en nacht open. De sjamanen horen de gelovigen aan, houden hun hand vast en zeggen, daarmee hoop en moed gevend, dat het beter zal gaan. Ook de flessen Cola, die we zagen staan hebben een functie. Cola drinken veroorzaakt oprispingen, zodat alles wat slecht is het lichaam kan verlaten. Het was die dag een Feestdag: de dag van het kind. Dat werd meteen aangegrepen om vuurwerk aan te steken, maar wel op een onzorgvuldige manier. Hieruit spreekt een zeker fatalisme: als God het wil.....
Onderweg passeerden we een reeks woonhuizen met Coca Cola reclame. De mensen kunnen hier het schilderwerk laten betalen door deze Multinational!
Diner en overnachting in hotel Flamboyant Espagnol in San Christóbal de las Casas.

Zaterdag 1 mei: San Cristóbal - Quetzaltenango
Op weg naar Quezaltenango stopten we in het plaatsje Teopisca, waar in een parkje schitterende banken staan, die versierd zijn met kleurige beschilderde tegels.
In Chiapas worden 9 officiële talen gesproken. Hier wonen o.a. nog een paar honderd Lacandón Indianen, die alleen in eigen stam mogen trouwen. Maar omdat er nog slechts zo'n zes families zijn is er sprake van inteelt. Hun kleding bestaat uit witte katoenen gewaden en zowel mannen als vrouw dragen lang haar.
Het oponthoud aan de grens viel mee, omdat Erik weer eens smeergeld had betaald uit de fooienpot.
Onderweg zagen we veel terrasbouw. Wat dat betreft zijn ze in Guatemala verder dan in Mexico. Ecologisch gezien is terrasbouw namelijk een betere methode van landbouw. De was wordt hier op een grasveld te drogen gelegd, zoals wij dat vroeger ook deden.
Diner en overnachting in hotel Bonifaz in Quetzaltenango.
Helaas was de overnachting voor Michael een nachtmerrie. Dit hotel had geen lift, zodat we nog eens vier trappen op moesten, terwijl San Christóbal op een hoogte van 2300 meter ligt. De combinatie van hoogteverschil, inspanning en warmte zorgde ervoor, dat hij weer behoorlijk last kreeg van de Acute Mountain Sickness.

Zondag 2 mei: Quetzaltenango - Panajachel
Guatemala werd in 1821 van de Spanjaarden bevrijd. Het verschil met Mexico is echter, dat Guatemala een met veel bloed besmeurde geschiedenis heeft. Er waren steeds generaals aan de macht, die de ene coup na de andere pleegden.
Een van de generaals paste de tactiek van de verschroeide aarde toe. Zo werd een heel dorp platgebrand. De belangrijkste guerrillabeweging is de URNG. Deze revolutionaire unie zet zich in voor de rechten van de Indianen. In december 1996 is een staakt-het-vuren getekend tussen de regering en het URNG. Sindsdien is de situatie enigszins stabiel.
Het land staat er economisch gezien slecht voor. De topinkomens zijn 3000 keer zo hoog als die van de zeer arme onderste laag.
We zagen er veel mensen in klederdracht en weinig toeristen.
De huipil is helemaal versierd met geometrische dessins of met grote bloemmotieven. Rond de hals is borduurwerk aangebracht in de vorm van scherpe punten, die lijken op zonnestralen. De gestreepte blauwe rok is geweven met in het midden een geborduurde baan. Een mooie geweven ceintuur houdt de rok op zijn plaats. Om het hoofd wordt een mecapal (sjaal) gewikkeld, waarop kruiken gedragen kunnen worden. De traditionele kleding wordt door mannen steeds minder gedragen. Het kostuum bestaat uit een zwart wollen jasje, versierd met oranje en rode motieven, gecombineerd met een wollen broek, een rode sjerp en een rode sjaal om het hoofd. Kinderen worden op de heup in een doek gedragen.
We brachten een bezoek aan de kleurrijke indianenmarkt in Chichicastenango ("plaats van de brandende bladeren": de Chichicaste is een soort brandnetel) waar we met de hand geborduurde schortjes, T-shirts en een droomdoosje (bij Lucia) kochten.
Op de trappen en het stenen platform van de Santo Tomás-kerk werd wierook gebrand. Het interieur van deze kerk ziet er zeer armoedig uit. De altaarstukken van hout en zilver, versierd met vaag schilderwerk, zijn vuil en beroet. Indrukwekkend zijn ook hier weer de ceremonies. Via diverse rituelen roepen de gelovigen met behulp van een sjamaan een heilige of een god aan om hun lot te beïnvloeden.
In Chichicastenango is de Popol Vuh (bijbel van de Maya's) ontdekt. Volgens het scheppingsverhaal wordt de mens geschapen uit maïs. Men vermoedt, dat de priester die de Popol Vuh vertaald heeft de verhalen verzon aan de hand van onze bijbel. Het oorspronkelijke geschrift is verloren gegaan.
Erik kocht rode (!) bananen, die lekker zoet smaakten.
Na een verrukkelijk diner met uitstekende bediening brachten we in Posada de Don Rodrigo in Panajachel de nacht door.

Maandag 3 mei: boottocht op het meer van Atitlán
Het meer van Atitlán wordt door Aldous Huxley beschreven als één van de mooiste ter wereld. We legden aan bij het dorpje Santa Catarina, waar we bij Anna leuke bontgekleurde bandjes voor onze lees- en zonnebrillen kochten. Piet en Riet kochten een mooi blauw geweven kleed. Wij zagen een vrouw weven met een heupweefgetouw. Zo'n getouw bestaat uit een dradenstelsel dat tussen twee stokjes is bevestigd. Het ene stokje zit met band aan een boom of paal vast, terwijl het andere stokje met een band om de heup is vastgemaakt. Meestal zit de weefster met gestrekte benen.
Na een oversteek met de boot (helaas veel nevel, die ten dele de vulkanen aan het oog onttrok) gingen we aan wal in Santiago Atitlán. Net als in Santa Catarina loopt 95% van de bevolking hier in klederdracht. De vrouwen dragen een lange band als hoofddeksel. Bij de boot stond een vrouw, die demonstreerde hoe ze haar hoofdtooi omwikkelde. Op een van de muntstukken staat een vrouw afgebeeld met een dergelijk speciaal hoofddeksel. Helaas verdwijnt deze traditionele klederdracht in snel tempo.
De inwoners van Santiago vereren een bijzondere religieuze figuur die er heel anders uitziet dan de katholieke heiligen: Maximón, een soort vogelverschrikker. Hij draagt een hoed en heeft vaak een sigaar in zijn mond. Hij vertegenwoordigt het kwaad en aangezien dit niet is toegestaan in de katholieke kerk wordt Maximón steeds verplaatst. Kinderen brengen je tegen vergoeding naar het beeld toe. Wij hadden pech, dat er juist een feest was ter ere van Maximón, waarbij zowat de hele bevolking zich om het beeld verdrong, zodat wij niets konden zien.
Terug in Panajachel gingen we geld wisselen. Ik kon de verleiding niet weerstaan nog zo'n in felle kleuren geborduurd
T-shirt te kopen. Piet en Riet kochten mooie handgeweven sjerpen.
Omdat we gisteren zo voortreffelijk in Posada de Don Rodrigo gegeten hadden besloten we dat opnieuw te doen. We hebben hier nogmaals overnacht.

Dinsdag 4 mei: Panajachel - Antigua
Op weg naar Antigua kwamen we langs een bank, waar een lange rij mensen stond. Het betalingsverkeer is hier niet zo gemakkelijk als in Nederland. De kosten voor gas, licht en water bijvoorbeeld voldoen de mensen hier contant bij de bank.
Bij de koffiestop zaten we aan tafels gemaakt van hout van de Olifantsorenboom. We zagen onderweg muren, die karakteristiek zijn voor deze streek. Deze zijn opgetrokken uit bakstenen van klei, welke daarna opnieuw met klei werden "gepleisterd".
We werden in ons hotel ontvangen met Marimba-muziek. De marimba is in Guatemala hét traditionele instrument, dat populair is bij alle bevolkingsgroepen.
We maakten o.l.v. Erik een stadswandeling. Antigua, de vroegere hoofdstad van Guatemala werd in 1773 door aardbevingen verwoest. De regering besloot destijds om de stad te verlaten en een meer veilige plaats te zoeken om te wonen. Dit werd het huidige Guatemala City. Antigua is echter een mooie, koloniale stad gebleven met fraaie patio's en gietijzeren balkonnetjes. We bekeken de prachtige kathedraal en liepen onder de boog door van Santa Catalina naar het klooster Nuestra Señora de la Merced, waarvan de fontein (de grootste fontein van Midden-Amerika) thans met hulp van Unesco gerestaureerd wordt.
We gebruikten de lunch in het vijfsterrenhotel, dat gevestigd is in het voormalige Santo Domingo klooster. Hierna volgde een rondleiding in een jadeslijperij en -atelier.
Diner en overnachting in Posada de Don Rodrigo in Antigua.

Woensdag 5 mei: Antigua - Copan (Honduras)
De reis werd vervolgd naar de grens, terwijl wij van een adembenemend mooi landschap genoten. Hoewel het daar heel rustig was moesten we toch nog een uur wachten.
Honduras wordt ook wel een "bananenrepubliek" genoemd. Aan het einde van de 19e eeuw bood Honduras zijn grond en bodemschatten nog aan buitenlanders aan. Hier ligt dan ook de oorsprong van de steeds voortdurende afhankelijkheid van grote Amerikaanse bedrijven, die beslissen over de politiek en economie van dit land. Standard Fruit, United Fruit en Cuyamel lieten grote bananenplantages aanleggen. In 1918 was 75% van alle grond, waarop bananen werden verbouwd, in hun bezit. Aan het eind van de jaren twintig was Honduras de belangrijkste exporteur van bananen en was de naam "bananenrepubliek" geboren. Koffie en garnalen zijn eveneens belangrijke exportproducten.
's Middags hebben we heerlijk gegeten in kiprestaurant Camperos.
Diner en overnachting in Best Western hotel Posada Real de Copán.

Donderdag 6 mei: Copán - Rio Dulce
Onder leiding van gids Neri bezochten we de ruïnes van Copán, waar de Maya-kunst en architectuur haar hoogtepunt bereikte. In dit enorme complex woonden ca. 20.000 mensen.
In 1839 werden deze ruïnes in de jungle gevonden. Ze waren toen compleet overwoekerd. In de jaren dertig werden alle bomen en planten door het Carnegie Instituut weggehaald en werd de nabijgelegen rivier verlegd om eventuele overstromingen van dit opgravinggebied te voorkomen.
Op de Gran Plaza, aan drie kanten omsloten door tapvormige tribunes zagen we de beroemde artistiek versierde stèles waar- van de meeste inmiddels voorzien zijn van een overkapping om ze tegen de weersinvloeden te beschermen. De dertiende koning uit de dynastie, 18 Konijn, is de belangrijkste figuur, die op de stèles voorkomt. Drie strepen en drie punten (het cijfer 18) staan voor de kop van een dier, waarvan het hiëroglief is ontcijferd als "konijn".
Iedere koning liet weer een nieuwe piramide over die van zijn voorganger heen bouwen. Er werd geen cement gebruikt bij de piramidebouw maar stucwerk, dat vervolgens rood werd geschilderd. Hier en daar is de oorspronkelijke rode kleur nog te zien. Er is nergens een kerkhof. De doden werden onder de huizen begraven.
We bekeken de Campo de Pelota, de balspelplaats, die naast het centrale plein ligt. Het spel was geen sport, maar een ceremonie. De exacte bedoeling en speelwijze zijn onbekend, maar men neemt aan dat de spelers een rubberen bal door een ring moesten werpen of op gemarkeerde stenen moesten gooien. Er bestaan afbeeldingen van spelers, die de bal werpen met hun schouder, elleboog of vanuit de heup. Onlangs werd door Amerikaanse onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology ontdekt, dat de Maya's inderdaad al ongeveer 1600 voor Christus het vulkanisatieproces van rubber onder de knie hadden. Zij analyseerden enkele rubberen voorwerpen uit die tijd en ontdekten, dat de Maya's latex van de Mexicaanse rubberboom aftapten en konden omzetten in een soort kneedbaar rubber. Het vulkanisatieproces brachten ze op gang met behulp van een druivenextract. Chemische stoffen in dat extract veroorzaakten koppelingen tussen de lange latexketens en gaven zo het flexibele materiaal stevigheid.
Daarna gingen we naar de beroemde trap met de inscripties. De trap met zijn 63 brede treden is helemaal bedekt met inscripties over de geschiedenis van een reeks oorlogen en de verering van hun overleden koningen.
De laatste zuil werd rond 800 na Christus neergezet na meer dan vijfhonderd jaar beschaving. Men neemt aan dat de enorme kloof die was ontstaan tussen de gewone burgers en de adel, tot het uiteenvallen van de stam leidde. Ook andere theorieën doen hierover de ronde, zoals uitputting van bouwgrond en/of grondstoffen.
De gids vertelde voorts, dat Tikal vergeleken wordt met Manhattan en Copán met Parijs vanwege de kunstzinnige stèles.
We gebruikten de lunch in een klein dorpje waar slechts sporadisch toeristen komen. Het is opmerkelijk, dat de ruïnes in Copan niet meer dan ca. 100 bezoekers per dag hebben.
Bij de grenspost moesten we uitstappen. Douaniers met een hond kwamen de bus in en gingen op zoek naar drugs. Met spiegels werd zelfs onder de bus gekeken. Bij een vrachtwagen werden de banden ook met een stethoscoop onderzocht!
Doordat we 's morgens bij vertrek al vertraging hadden opgelopen (het ontbijt werd à la carte geserveerd) en bovendien lang bij de grens moesten wachten, kwamen we pas laat in de avond (om 22.50 uur) in Rio Dulce aan.
Onderweg hebben we eerst nog gegeten in hetzelfde kiprestaurant Camperos. Na een paar uur rijden parkeerde Cornelio de bus en werden we in het pikkedonker naar hotel Catamaran overgevaren, waar we een welkomstdrankje aangeboden kregen. We verbleven hier in rustieke houten bungalows.

Vrijdag 7 mei: boottocht over het meer van Izabal
We kwamen langs het 17e-eeuwse fort Castillo San Felipe, dat door de Spanjaarden werd gebouwd om zeerovers tegen te houden. De beruchte piraat Sir Francis Drake en zijn kornuiten zeilden tijdens hun rooftochten de Rio Dulce op, tot ze in het meer van Izabal terecht kwamen. In 1957 werd het fort gerestaureerd en tot nationaal monument verklaard.
Het meer van Izabal, dat door middel van de Rio Dulce verbonden is met de zee, is het grootste meer van Guatemala. Het is 18 meter diep en rijk aan vis, waaronder baars. We legden aan bij een restaurant, waar de meeste van ons vis hebben gegeten. Het was een schitterende boottocht. We zagen o.m. aalscholvers, waterlelies en waterhyacinten.
We bezochten ook het stadje Livingston, dat op een rots boven de Caribische zee ligt aan de monding van de Rio Dulce. Van de bevolking is 42% zwart, 10% Maya en 48% ladino. De zwarte bevolking bestaat uit afstammelingen van de Cariben, die oorspronkelijk afkomstig zijn van het Caribische eiland
St. Vincent. Daar leefden in de eerste helft van de 16e eeuw de rode Cariben die zich vermengden met ontsnapte slaven, die als schipbreukelingen op het eiland aankwamen. De zwarte bevolking heeft derhalve een gemengd Afrikaans-Indiaanse afkomst, maar qua ras zijn ze vooral Afrikaans. Hun gewoonten bestaan uit een mix van rituelen uit de rode Caribische en de oude Afrikaanse cultuur vermengd met het katholicisme. Wij vonden, dat daar niet zo'n prettige sfeer heerste. De mensen, waarvan er velen werkloos zijn, slenterden stoned op straat en keken ons bepaald niet bijzonder vriendelijk aan.
's Avonds aten we heerlijke steaks in hotel Catamaran, waar we weer hebben overnacht.

Zaterdag 8 mei: Rio Dulce - Flores
We werden met onze bagage in twee motorboten overgevaren. Met de bus legden we nog ruim 200 km af om Flores te bereiken. We werden ondergebracht in hotel del Patio in Santa Elena. Na de lunch namen we afscheid van Cornelio, want de verdere route was niet geschikt voor een touringcar. 's Middags maakten Piet, Riet en ik een wandeling langs het meer van Petén Itzá, waar we mensen "op z'n hondjes" zagen zwemmen. We bezichtigden het kerkje en zagen onderweg "kruidje-roer-me-niet". 's Avonds aten we gezamenlijk met Erik, Jeannette & Jo en Mary & Wim in restaurant Esplendido. Op de terugweg naar ons hotel zagen we zogenaamde vuurvliegjes langs de kant van de weg.
Overnachting in hotel del Patio in Santa Elena.

Zondag 9 mei: Tikal
Met een kleine bus gingen we onder begeleiding van lokale gids Jolanda naar Tikal. We maakten een schitterende wandeling onder het genot van krekelgezang door de jungle. De dichte vegetatie bestaat uit diverse boomsoorten, zoals ceiba's (kapokbomen), ceders, palmbomen, vele soorten varens en lianen, die zich overal doorheen vlechten. Nadat Jolanda de apengeluiden nagebootst had, zagen we ze van boomtop naar boomtop slingeren.
In dit gebied zouden meer dan 3000 bouwwerken staan in de vorm van tempels, paleizen, balspelplaatsen enz. Vele van deze bouwwerken, die er uitzien als heuvels, zijn door de jungle overwoekerd. Er is nog maar een klein gedeelte blootgelegd. Tijdens de bloeitijd van Tikal vond een enorme vooruitgang in landbouw, architectuur en infrastructuur plaats. Centraal hierbij stond het systeem van wateropslag. Er werden pijpleidingen aangelegd naar de reservoirs. Dit water diende in hoofdzaak voor de irrigatie van bouwland. Dientengevolge steeg de opbrengst van maïs, bonen en andere gewassen. Dankzij deze overvloedige oogsten namen de bouwactiviteiten toe. Men bouwde immers grote tempels en paleizen. De bouwprestaties zijn nog indrukwekkender als men zich realiseert dat de Maya's noch metalen gereedschappen noch lastdieren gebruikten. We bekeken het astronomisch observatorium, tempels en piramides, waarvan Piet er een beklommen heeft. Jolanda verlichtte een tunnel met kaarsjes, zodat wij daar de diverse maskers o.a. dat van de regengod goed konden zien. Evenmin als bij Copán kan men het verval van Tikal verklaren. 
's Middags gingen we met bootjes naar het huis van Jolanda, waar een uitstekende lunch (taco's met quacamole, gebraden kip, gesmoord vlees, salade en fruit) klaarstond.
Diner en overnachting nogmaals in hotel del Patio in Santa Elena, waar de serveerster sprekend op Farrah lijkt!

Maandag 10 mei: Flores - Palenque
Met de kleine bus gingen we op weg naar de ruïnes van Yaxchilán, die zich midden in het tropisch regenwoud bevinden. We maakten eerst een koffiestop in Laz Crusos, waar de koffers, die aanvankelijk door een zeil waren afgedekt, door Erik en de chauffeur van het dak werden gehaald en nu op het zeil werden vastgesjord.
De huisjes, die we onderweg zagen, hebben al een typische Maya-vorm: een afgeplat puntdak. Ingegraven boomstammen dienen hier als verkeersdrempels. Aan de oever van de grensrivier Usumacinta reed de chauffeur met de kleine bus terug en wij gingen verder met bootjes naar Yaxchilán. Bij dit complex is geen sprake van reconstructies, maar alle opgegraven tempels en piramides zijn authentiek.
Overigens moeten er ook hier nog vele door vegetaties overwoekerde bouwwerken blootgelegd worden. Het is echter de vraag of men alles wel moet opgraven. Immers wanneer er piramides blootgelegd worden moet men ze ook onderhouden en daarvoor ontbreekt in deze relatief arme landen het geld.
Ook hier kan men het vertrek van de Maya's, in de volle bloeiperiode van hun kunst niet verklaren. Het is mogelijk dat watervervuiling een oorzaak is. Milieuactivistes zeggen: "We bestuderen de Maya's, maar we leren niets van hen. Zij trokken kennelijk door toen hun leefomgeving vervuild was, maar wij kunnen niet verder......!"
Met de bootjes werd een stuk teruggevaren. Aan de Mexicaanse kant van de rivier legden we aan, waar aan de oever een nieuwe zeer ruime touringcar op ons stond te wachten, uiteraard met een andere chauffeur. Hier was ook een militaire controlepost. Alle koffers en tassen werden doorgezocht op wapens en/of drugs.
Overnachting in hotel Plaza Palenque. Na het diner werd er een pudding binnengereden met brandende kaarsjes ter ere van de jarige Jeannette. Erik besteedde ook aandacht aan Sofie's verjaardag en de mijne, die wij ongemerkt voorbij hadden laten gaan. Ook wij beiden kregen een leuk cadeautje.

Dinsdag 11 mei: Palenque - Campeche
Bij de ingang van de ruïne stonden Lacandon Indianen met lang zwart haar, gekleed in lange witte jurken, die pijl en boog verkochten. Gids José liet zien, dat verschillende pijlen voor uiteenlopende doeleinden gebruikt werden. Voor het doden van vis nam men bijvoorbeeld een andere pijl dan voor de jacht op (zoog)dieren.
Ook hier is slechts een klein gedeelte opgegraven. Onlangs is nog een graf gevonden. De opgravers werden vergiftigd en moesten met spoed voor behandeling naar het ziekenhuis. De Maya's brachten 5000 jaar geleden gif aan in het graf om de kunstschatten, die zich nu in een museum bevinden, te beschermen. De meeste piramides en tempels werden onder het bewind van koning Pacal (600 na Chr.) gebouwd. Hij werd gekroond door zijn moeder toen hij 12 jaar oud was. Vroeger dacht men, dat hij ergens anders vandaan kwam, omdat hij zo groot was, hetgeen ook blijkt door de hoge treden bij de trappen van het paleis. De Maya's waren dat namelijk niet. DNA-onderzoek bracht echter aan het licht, dat hij oorspronkelijk hier wel vandaan kwam. Hij had een klompvoet (inteelt), loenste en had een misvormd hoofd. Een van de culturele eigenaardigheden van de Maya's was het gebruik om het lichaam voor esthetische doeleinden te verminken. Het voorhoofd werd vanaf de geboorte misvormd door inklemming tussen twee houten planken. Bovendien vijlden en bewerkten de Maya's hun tanden met obsidiaan en jade, doorboorden hun oorlellen en brachten op hun lichaam tatoeages aan.
Ook scheelzien was een schoonheidsideaal, dat bevorderd werd door baby's naar een bewegend balletje bij hun neus te laten kijken.
Koning Pacal was zo groot dankzij de goede voeding. Hij trouwde met zijn zuster om de macht in de familie te houden. Er werden hier geen mensen geofferd, behalve wanneer de koning stierf. Dan gingen er tevens gedode slaven mee. Dit culturele gebruik verschilt met dat van Egypte, waar de slaven levend werden begraven.
De huizen zijn lang en smal, omdat de Maya's geen dwarsbalken toepasten. De Maya's dreven handel en gebruikte cacaobonen als betaalmiddel. Ze verhandelden o.m. jade, zout, veren, obsidiaan, katoen en aardewerk. In de 10e eeuw werd Palenque om onbekende redenen verlaten.
Van Chiapas reden we naar de provincie Tabasco. Bij de tolwegen zijn keurige en vooral schone toiletten met voldoende afvalbakken.
Bij de Golf van Mexico maakten we een stop aan het strand. Toen we informeerden waarom er geen palmen waren hoorden we, dat men ze had gekapt omdat ze dood waren gegaan. Later zagen we in Nederland op de televisie dat deze ziekte, die in de jaren 60 op de Bahama's is begonnen, wordt veroorzaakt door cicaden. Binnen 6 maanden zijn palmen dood! Nieuwe aanplant is geen oplossing, omdat de cicaden niet met insecticide niet uit te roeien zijn. Deze hoge kokospalmen kwamen oorspronkelijk uit Afrika. Men probeert nu door te klonen resistente soorten te kweken. Palmen uit Azië, die lager zijn, worden daartoe geïmporteerd. Het duurt gemiddeld zeven jaar voor een palmboom vruchten draagt.
Diner en overnachting in hotel Debliz in Campeche.

Woensdag 12 mei: Campeche - Mérida
We verlieten de provincie Tabasco en bezochten de piramides van Uxmál in Yucatán onder leiding van gids Chankin, die ons helaas niet bijster kon boeien. Uxmál ("driemaal gebouwd") is in de Puuc-bouwstijl opgetrokken. Het kenmerk van deze bouwstijl is: de onderste helft sober en kaal; het bovenste gedeelte rijk gedecoreerd met geometrische figuren. Aan de gevel van het Paleis van de Gouverneur zagen we een ingewikkeld stenen mozaïek, bestaande uit een geometrisch patroon, afgewisseld met wel 150 maskers van de regengod Chac. Verder bekeken we de Piramide van de Tovenaar en het Nonnenklooster.
Volgens de legende werd Uxmál gebouwd door een dwerg met magische kracht. Een tovenares koesterde het ei van een leguaan, waaruit een jongen werd geboren, die op een dag tegen de verboden gong sloeg. Er was voorspeld dat als de gong klonk, de heerser plaats moest maken voor een jongen "die niet uit een vrouw was geboren".
De heerser gaf opdracht de jongen te doden, doch deze mocht eerst proberen drie onmogelijk geachte taken te volbrengen. Een ervan was het bouwen van de Piramide van de Tovenaar in één nacht. De jongen volbracht zijn opdrachten, maar de heerser wenste hem nog steeds ter dood te brengen. Het kwam tot een krachtmeting, waarbij de heerser het leven verloor. Hierna werd de dwerg de koning van Uxmál.
De lunch werd gebruikt bij een uit bamboemateriaal geconstrueerd restaurant met een rieten dak. We nuttigden daar de specialiteit van deze streek, Pollo Pibil: kip, gemarineerd in sinaasappelsap en kruiden, gebraden in bananenbladeren. We bekeken de "oven": een gat in de grond met gloeiende kooltjes waar de kip drie uur lang wordt gesmoord. De eigenaar van het restaurant droeg een typisch Mexicaans blouse: een wit overhemd, versierd met plisséwerk en kleine knoopjes. Het heeft korte mouwen, opgestikte zakken en wordt over de broek gedragen.
Tijdens de stadswandeling in Mérida bezochten we het Palacio Municipal aan het Plaza Mayor met de prachtige muurschilderingen van Fernando Castro Pacheco over de geschiedenis van Maya's, Spanjaarden en Mexicanen. We zagen o.a. afbeeldingen uit de Popol Vuh, zoals het ontstaan van de mens uit maïs. Mérida wordt ook wel "het Parijs van Mexico" genoemd. De stad is rond de eeuwwisseling rijk geworden door de handel in sisal. Eigenaars van grote plantages lieten vele luxueuze herenhuizen bouwen aan de Paseo Montejo. In de kathedraal, eveneens aan het Plaza Mayor, bevindt zich o.m. het kruisbeeld "Christus van de Blaren". Het verhaal gaat dat beeld en kruis zijn gemaakt van een boom in het stadje Ichmul. Deze boom had een nacht lang in brand gestaan zonder dat er later ook maar een schroeivlek te zien was. De inwoners waren daar zo van onder de indruk dat ze een kruis uit het hout van de boom sneden. Dit kruis werd in de lokale kerk geplaatst. In 1645 werd de kerk in Ichmul totaal door brand verwoest, doch het kruis had de ramp als door een wonder overleefd. Schroeivlekken vormden de enige schade welke het kruis had opgelopen. Daarna werd het kruis naar de kathedraal in Mérida overgebracht.
Voorts bekeken we de gevel van Casa de Montejo, versierd met borstbeelden. Het huidige Mérida is in 1542 gesticht door de conquistador Francisco de Montejo. Dit prachtige gebouw werd tot voor kort bewoond door leden van de familie Montejo. Thans is er een filiaal van Banamex, de nationale bank van Mexico, in gevestigd. Op het zocalo zagen we het strijken van de vlag hetgeen met veel militair ceremonieel geschiedde. Riet en ik werden door een militaire functionaris erop geattendeerd, dat we de ceremonie staande moesten gadeslaan! Daarna gingen we naar ons hotel Maria del Carmen, waar we met ons viertjes lekker hebben gegeten. Piet en Riet genoten o.a. van een perfecte gazpacho (koude tomatensoep).

Donderdag 13 mei: Celestun
Op weg naar Celestun stopten we bij het monument van de vlag, aan de Paceo Montejo, dat ontworpen is door Rómulo Rozo. Een functionaris van de toeristenpolitie gaf uitleg over dit monument, dat de geschiedenis van Mexico uitbeeldt. Met uitzondering van deze boulevard Paceo Montejo hebben de straten in Mérida geen naam, doch zijn ze genummerd.
Met twee motorbootjes maakten we een tocht naar het Nationale Park Flamingo Mexicana, waar we de zeer omvangrijke flamingo-kolonies hebben geobserveerd. Helaas was fotograferen en filmen een moeilijke zaak.
De lunch gebruikten we in een restaurant aan het strand, waar ik haai heb gegeten en na het zwemmen behoorlijk uitgleed op een natte tegelvloer. Gelukkig kreeg ik geen pijnlijke buil op mijn hoofd, dankzij de tip van Riet, er een plastic zak met ijsblokjes op te leggen.
Na terugkeer in Mérida hebben we 's avonds in restaurant Pancho gegeten met live muziek. De obers maakten van het flamberen een hele show! Overnachting weer in hotel Maria del Carmen.

Vrijdag 14 mei: Mérida - Cancun
Onder leiding van lokale gids Julian, die boeiend kon vertellen, bezichtigden we Chichen Itzá. "Chi" betekent mond, "chen" betekent bron en "Itza" is de naam van de Mayastam die hier leefde. Chichén Itzá betekent dus "de mond van de bron van de Itzá. De naam geeft aan, dat bronnen een belangrijke rol speelden in het leven van het volk. Hoewel Yucatán gebrek aan water heeft was de bevolking toch in staat in haar waterbehoefte te voorzien dankzij natuurlijke bronnen. De archeoloog Edward Thompson heeft in de Heilige Bron (cenote) waardevolle voorwerpen gevonden. Om de goden te behagen werden namelijk levende mensen, opgesierd met goud en juwelen, in de bron gegooid. De Maya's gebruikten meerdere systemen voor de tijdrekening. Zo kende men o.a. het zonnejaar. Dit bestond uit 18 maanden van elk 20 dagen en een aanvullende periode van 5 dagen. Aldus kwam men uit op 365 dagen. Die laatste periode van 5 dagen was belangrijk. Kinderen, die in deze dagen geboren werden gooide men ook in de bron om de goden gunstig te stemmen. De Mayacultuur kende in de loop van haar geschiedenis wel 7000 goden.
Er waren ca. 300 tempels, waarvan er intussen 20 gerestaureerd zijn. We bekeken het observatorium, dat een duidelijke indicatie is van de belangrijke positie welke de astronomie bij de Maya's innam. De vensters van het bovenvertrek liggen op een lijn met de ondergaande zon op 20 maart, 21 juni, 23 september en 23 december, terwijl juist weer andere vensters de vier windrichtingen aangeven.
De baan voor het balspel behoort tot de best bewaard gebleven objecten. Het speelveld wordt geflankeerd door hoge muren, die met schitterende reliëfs zijn gedecoreerd. Een afbeelding van een speler, die het afgeslagen hoofd van de aanvoerder in zijn hand houdt, is een interessant detail. Indien het bijvoorbeeld langdurig niet geregend had werd er gespeeld en geofferd. Het waren geen kannibalen: ze aten slechts het hart, geen andere lichaamsdelen.
Erik, Jeannette en Jo beklommen El Castillo, waarvan de trappen onderaan uitlopen in slangenkoppen. We bekeken het "nonnenklooster" (omdat hier sprake is van een patriarchaat zou de naam eigenlijk "monastry" moeten zijn) en de zuilengalerij, die bekend staat als de Zaal van de 1000 Zuilen. De kolommen waren oorspronkelijk de dragers van een houten dak. Er is verschil in de kolommen: rond, vierkant, gedecoreerd enz. Iedere 52 jaar kwam er namelijk een nieuwe stijl.
Waarom deze Mayastad in de 14e eeuw plotseling verlaten werd is een mysterie. Een van de veronderstellingen is, dat de bevolking zichzelf heeft vergiftigd doordat ze menselijke offers in de Heilige Bron gooiden. Weliswaar dronken ze het water niet van deze cenote, maar ze wisten niet dat de bronnen allemaal met elkaar in verbinding stonden.
In Chichén Itzá werd de lunch (in buffetvorm) gebruikt. Vervolgens gingen we op weg naar ons hotel in Cancun. Bij gebrek aan belangstelling van de anderen, was Piet bereid zich over de financiële zaken betreffende de fooien- en smeergeldpot te buigen. Hij heeft deze eindcontrole toch uitgevoerd hoewel hij zich tijdens de busreis hoe langer hoe beroerder voelde. Daardoor konden Riet en hij helaas niet mee naar het restaurant in de stad Cancun, waar Michael o.a. een dubbele Cola bestelde en tot zijn verrassing het grote glas met magnum rietje mee mocht nemen. Erik werd hartelijk toegesproken en gekust, waarna hij natuurlijk ook welverdiende financiële beloningen in ontvangst kon nemen.
Overnachting in hotel Ocean Club in Cancun, waar de rondreis eindigde. In totaal hebben wij ruim 4500 km per bus afgelegd.

Zaterdag 15 mei: Cancun - Playa del Carmen
Gelukkig voelde Piet zich weer een stuk beter. We (ook Jeannette en Jo) namen afscheid van onze medereizigers en gingen, vergezeld door Erik, op weg naar hotel Las Palapas in Playa del Carmen. Erik ging tenslotte verder met Jeannette en Jo, die voor Mayan Paradise hadden geboekt en zou daarna teruggaan naar Cancun om de anderen naar het vliegveld te brengen.

Zaterdag 15 mei - zaterdag 22 mei: Playa del Carmen
We brachten een heerlijke week door aan dit prachtige "Bounty-strand" in een echt "eco-resort" met fraai aangelegde tropische tuin. We sliepen in huisjes voorzien van rieten daken en balkons met hangmatten.

Dagelijks genoten we van het schitterend uitzicht op strand en zee vanuit onze ligplaatsen onder de palmen nabij de bar, waar we verrukkelijke drankjes als Licuados con leche met bananen, Piña Colada en Crazy Coconut consumeerden. Riet en Piet gingen veelvuldig "de hond uitlaten" door het maken van flinke strandwandelingen.

Er werd ontbeten en gedineerd in het leuke en gezellige restaurant, 's avonds vaak met live muziek. Goede herinneringen hebben we aan het Caribbean buffet op woensdagavond, waar wij met gasten van diverse nationaliteiten aan tafel zaten en waar tenslotte menigeen met tequila werd "volgegoten".

Zaterdag 22 mei
We werden keurig op tijd afgehaald en reden met een airconditioned minibusje naar Cancun Airport. Na een goede vlucht met Mexicana de Aviacion met tot slot een onvergetelijk uitzicht op het verlichte Mexico-City werd op het vliegveld nog wat geshopped om de laatste peso's te besteden.

Zondag 23 mei
Na een uitstekende vlucht per KLM-lijndienst arriveerden we
's middags op Schiphol. We kunnen terugzien op een schitterende reis vol contrasten qua bevolking, natuur en cultuur.

Keer terug naar Reizen